Watersysteem staat onder druk: water langer vasthouden en duurzamer watergebruik zijn noodzaak

De extreme droogte deze zomer liet opnieuw zien hoe kwetsbaar ons watersysteem is. Herinrichting van het watersysteem en duurzamer watergebruik zijn noodzakelijk om in de toekomst voldoende water beschikbaar te hebben. Door water langer vast te houden, maken we het systeem robuuster. Bij het leggen van deze puzzel is het van belang dat partijen regionaal nauw samenwerken en kritisch kijken naar hun eigen rol. Om de impact van watergebruik te beperken, moeten we niet alleen kijken naar de hoeveelheid, maar ook naar het soort water dat wordt gebruikt, de locatie en het moment van inname en wat er met het water gebeurt na gebruik.

Volg de laatste ontwikkelingen via onze LinkedIn pagina.

In het kort:

  • De zomer van 2026 was een van de droogste ooit gemeten
  • Dit had grote impact op het watersysteem en watergebruikers
  • Om het watersysteem echt robuust te maken, moeten we water langer vasthouden
  • Dit vraagt ingrijpende keuzes die partijen regionaal gezamenlijk moeten maken
  • Daarnaast moeten we duurzamer met het beschikbare water omgaan
  • Duurzaam betekent onder meer kritisch kijken naar de hoeveelheid, het type bron en de locatie van inname
  • Gebruik van gezuiverd afvalwater en zout water kunnen de druk op het systeem verminderen, maar hebben ook kanttekeningen

De zomer van 2026 behoort tot de droogste ooit gemeten. Het neerslagtekort was eind augustus 285 millimeter, terwijl dat normaal gesproken rond die tijd zo’n 100 millimeter is. De weinige neerslag en lage afvoer van rivieren heeft enorme impact op het bodem- en watersysteem en de natuur. Ook functies als landbouw en scheepvaart hebben veel last van de droogte. Tegelijkertijd neemt in droge en warme periodes de vraag naar water voor beregening voor gewassen en drinkwater toe. Hierdoor onttrekken de landbouw en drinkwaterbedrijven tijdelijk nog meer water, met name grondwater.

Droogte In Nederland Hires 2391439555 Aangesneden

Water beter vasthouden

De problemen worden niet alleen veroorzaakt door klimaatverandering, maar ook door de inrichting van ons watersysteem. Dat systeem is nu vooral gericht op het afvoeren van water, zegt Sija Stofberg, onderzoeker bij KWR Water Research Institute. “We moeten zorgen dat we water langer vasthouden in de ondergrond of bovengronds, zoals in het IJsselmeer. We spreken in Nederland weleens van een watertekort, maar jaarrond hebben we nog altijd een flink neerslagoverschot. De kunst is om het water uit perioden met een neerslagoverschot te benutten in droge perioden.”

Herijking Deltaprogramma Zoetwater

Begin september 2026 presenteerde Deltacommissaris Co Verdaas de Tweede Herijking van het Deltaprogramma Zoetwater. Daarbij waarschuwde Verdaas dat de huidige aanpak rondom klimaatadaptatie gezien de snelle klimaatverandering niet meer voldoende is. De komende jaren zijn er miljarden extra nodig voor investeringen om wateroverlast en droogte beter het hoofd te kunnen bieden. Dit moet onder meer gebeuren door extra ruimte te maken voor waterberging en het landgebruik in kwetsbare gebieden drastisch aan te passen.

Herinrichting kan ingrijpende gevolgen hebben

Herinrichting van het landschap kan voor sommige functies en locaties best ingrijpende gevolgen hebben, zegt Stofberg. “Als je water vasthoudt, gaat het waterpeil omhoog. Dit kan gunstig zijn voor natte natuur, maar het kan ook betekenen dat boeren pas later in het jaar het land op kunnen of dat kelders onder water kunnen lopen. Dit vraagt dus om zorgvuldige afwegingen, waarbij beleidsmakers moeten kijken naar de samenhang tussen waterbeschikbaarheid en ruimtelijke inrichting.”

Puzzel leggen per gebied

Cruciaal bij zo’n herinrichting is volgens Stofberg dat je de complete puzzel per gebied legt en dat doet in nauwe samenwerking met alle betrokkenen, zoals de provincie, gemeenten, het waterschap, boeren, natuurorganisaties en het drinkwaterbedrijf. “In de watertransitie moeten we niet naar elkaar wijzen, maar samen kijken welke maatregelen en opofferingen noodzakelijk zijn. Het is echt maatwerk van plaats en tijd: op welke plek en op welk moment moeten we ingrepen doen waarmee we de zoetwatervoorraad vergroten en het watersysteem én de gebruikers voorbereiden op de toekomst?”

Tools voor regionale herinrichting

KWR werkt momenteel aan een methode om partijen hierbij een handje te helpen. “Voor je ergens aan de slag gaat, moet je het bodem- en watersysteem eerst begrijpen. Hoe ziet dat eruit, hoe is het waterbeheer geregeld, hoe is het watergebruik? Dat is stap 1. Vanuit dat inzicht kun je oplossingsrichtingen schetsen. Als je een bepaalde oplossingsrichting kiest, hoeveel draagt die dan bij? Daarbij houd je ook rekening met klimaatscenario’s. Omdat het plaatje voor elk gebied weer anders is, maken we geen blauwdruk, maar een soort toolbox. Partijen kunnen hier dan zelf de juiste tools uithalen. Het gaat om het systeemdenken waarbij je op elke plek kijkt naar het totaalplaatje.”

Watergebruik in Nederland

Naast de herinrichting van ons watersysteem moeten we ook kritisch kijken naar ons watergebruik. Door toenemende economische activiteiten en bevolkingsgroei neemt de vraag naar water toe. Met name de industrie en energievoorziening hebben een hoge watervraag, zo laten cijfers van het CBS zien. In de cijfers maakt het CBS onderscheid tussen grond– en oppervlaktewater:

  • Grondwater (±10 procent): Hierbij gaat het om water dat uit de bodem wordt opgepompt. Dit water kan zoet, brak of zout zijn. Ongeveer 10 procent van het water dat wordt gebruikt in Nederland komt uit de ondergrond. Dit water wordt gebruikt voor onder meer de productie van drinkwater, landbouwirrigatie, industrie en energie
  • Oppervlaktewater(±90 procent): Hierbij gaat het om water uit onder meer rivieren, meren en kanalen, maar ook uit overgangs- en kustwateren. Oppervlaktewater kent net als grondwater uiteenlopende toepassingen en kan eveneens zoet, brak of zout zijn. Meer dan 90 procent van het water dat in Nederland wordt gebruikt is oppervlaktewater, waarvan ongeveer de helft zout water

Leidingwater: drinkwater en industriewater

Een categorie die het CBS specifiek noemt, is leidingwater. Leidingwater is grondwater (±65 procent) of oppervlaktewater (±35 procent) dat is gezuiverd of behandeld en vervolgens via een leidingnet wordt getransporteerd naar de gebruiker. Bij leidingwater gaat het zowel om drinkwater als industriewater. Industriewater is water van soms iets hogere of lagere kwaliteit dan drinkwater. Ongeveer tweederde van het leidingwater in Nederland gaat naar huishoudens.

Factoren die impact op watersysteem bepalen

In hoeverre het gebruik van grond- en oppervlaktewater impact heeft op het watersysteem wordt volgens Stofberg bepaald door verschillende factoren. “Het gaat niet alleen om de hoeveelheid, maar ook om het type watersysteem waaruit wordt onttrokken, het soort water, de kwaliteit ervan, de locatie en het moment van onttrekking en wat er gebeurt met het water na gebruik.”

  • Het type en de schaal van het watersysteem

Het watersysteem in Nederland kent sterke regionale verschillen. Stofberg: “De grote oppervlaktewateren, zoals de zee en grote rivieren zijn van grote invloed op de Nederlandse watersystemen. Met dit water wordt onder meer het IJsselmeer gevoed. West- en Noord-Nederland bestaan voornamelijk uit poldersystemen, waarin het peil sterk beheerd wordt en de waterberging relatief klein is. Oost- en Zuid-Nederland kennen vooral vrij afwaterende systemen, waarin er soms meer berging in de ondergrond mogelijk is.”

Binnen het watersysteem is volgens Stofberg ook nog onderscheid te maken tussen gebieden die zoetwater ontvangen vanuit de grote oppervlaktewateren en gebieden die zelfvoorzienend zijn. “De kwetsbaarheid van deze regionale systemen verschilt onderling sterk: onttrekkingen uit de grote oppervlaktewateren hebben vaak weinig tot geen impact op de waterbeschikbaarheid, terwijl de impact in zelfvoorzienende regionale watersystemen heel groot kan zijn.”

  • Grondwater vs. oppervlaktewater

Het hydrologische systeem bestaat uit grond- en oppervlaktewater. Een belangrijk verschil tussen beide soorten water is de snelheid van het systeem, zegt Stofberg. “Oppervlaktewater is vaak direct beschikbaar, maar ben je ook weer snel kwijt. Het grondwatersysteem is een stuk trager, waardoor ingrepen in dit systeem langer doorwerken. Hoewel de voorraden in de ondergrond enorm groot zijn, zijn er wel allerlei functies afhankelijk van het bovenste laagje grondwater. Hier moet je dus rekening mee houden in ruimtelijke keuzes.”

  • De kwaliteit van het water

Zoet water in Nederland wordt schaarser, helemaal als het gaat om schone zoetwaterbronnen. Waar functies als drinkwater groot belang hebben bij een schone bron, is lang niet voor elke toepassing water van hoogwaardige kwaliteit nodig. Stofberg: “Voor koelprocessen in de energievoorziening wordt bijvoorbeeld veel zeewater gebruikt. De energievoorziening heeft dus weliswaar een hoog watergebruik, maar wanneer dit zeewater is gaat dit niet ten koste van zoetwater.”

  • Het moment van onttrekking

Naast de locatie heeft ook het moment van waterinname invloed op de impact. Stofberg: “Met name in droge maanden kan het onttrekken van water nadelige gevolgen hebben op gebruiksfuncties, zoals de natuur. Door hoge temperaturen is de verdamping ook nog eens hoger. En dat zijn juist de maanden waarin boeren water nodig hebben voor het beregenen van gewassen en de drinkwatervraag het hoogst is.”

In sommige provincies onttrekt de landbouw in de zomermaanden zelfs meer grondwater voor het beregenen van gewassen dan het regionale drinkwaterbedrijf voor de productie van drinkwater. In bijvoorbeeld Noord-Brabant is dat in droge en hete periodes zelfs twee tot drie keer zoveel.

  • Lozing van restwater

Afhankelijk van de toepassing belandt een groot deel van het water na gebruik weer in het watersysteem, meestal het oppervlaktewater. Stofberg: “Als water na gebruik weer op hetzelfde systeem wordt geloosd, heeft dat netto vrijwel geen gevolgen voor de kwantiteit, maar het kan wel effect hebben op de kwaliteit. Restwater bevat namelijk vaak allerlei verontreinigingen die schadelijk zijn voor mensen en ecosystemen. De effecten op de kwaliteit zijn minstens zo belangrijk als de effecten op de kwantiteit.”

Duurzamer watergebruik als oplossing

Om de druk op het watersysteem te beperken, is het dus niet alleen zaak om minder water te gebruiken, maar ook om kritisch te kijken naar het type bron, de locatie ervan en het moment van inname. Dat gebeurt al in toenemende mate. Zo gebruiken bedrijven, boeren en tuinders steeds vaker regenwater dat ze hebben opgeslagen onder- of bovengronds. Ook doen kennisinstellingen en waterschappen op verschillende plekken onderzoek naar de vestiging van watervragende industrie in de nabijheid van alternatieve waterbronnen, zoals rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s).

Zout in plaats van zoet water

Daarnaast is het gebruik van zout water door de industrie en energievoorziening de afgelopen decennia sterk toegenomen ten opzichte van het zoetwatergebruik. Dit zoute water wordt vooral gebruikt voor koelprocessen. De laatste jaren experimenteren drinkwaterbedrijven met het gebruik van brak water als drinkwaterbron. Dit water is zouter dan zoet water, maar minder zout dan zeewater. In 2027 start Brabant Water met een pilot voor het gebruik van zeewater.

Lees verder onder de afbeelding

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Kijken naar gevolgen rest van systeem

Hoewel Stofberg de zoektocht naar alternatieven positief vindt, plaatst ze ook een paar kanttekeningen. “De ideale bron bestaat helaas niet. Het gebruik van een bepaalde bron kan gevolgen hebben voor de rest van het watersysteem. Als het gaat om hergebruik van restwater of effluent van rwzi’s voor bijvoorbeeld landbouw of industrie, dan moet je wel eerst onderzoeken of die waterstromen niet al gebruikt worden voor peilbeheer of ecosystemen. Ook voor brak of zout water zijn er factoren om rekening mee te houden, zoals het hoge energiegebruik voor ontzilting.”

Verschillende knoppen om aan te draaien

Om het watersysteem gezond te houden, moeten we kijken naar wat op welke plek, op welk moment en voor welke functie realistisch is, zegt Stofberg tot slot. “Er zitten ook grenzen aan waterbesparing, voor elke functie heb je altijd een bepaalde hoeveelheid water nodig. En minstens zo belangrijk is dat we het water schoonhouden, zodat we voldoende bruikbaar water beschikbaar hebben. Dan hoef je soms niet eens te zoeken naar alternatieven. Kortom: er zijn verschillende knoppen waar we aan moeten draaien.”

Duurzaam waterverbruik Water vasthouden Watertransitie

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *