Bestrijdingsmiddelen in drinkwaterbronnen

Op verschillende plekken in het Nederlandse grond- of oppervlaktewater worden gewasbeschermingsmiddelen aangetroffen. Wat is de oorzaak van die verontreiniging? Welke gevolgen heeft dat voor de drinkwaterbronnen? En hoe worden schadelijke effecten van bestrijdingsmiddelen tegengegaan?

Landbouwgif, pesticiden of toch gewasbescherming?

In de volksmond gaat het vaak over landbouwgif of pesticiden, maar de wetenschap en de overheid noemen die middelen liever gewasbeschermingsmiddelen of bestrijdingsmiddelen. Boeren, telers en consumenten gebruiken die chemische of biologische middelen immers in de strijd tegen ongedierte, onkruid, schimmels en ziektes. Die stoffen komen echter ook vaak in het milieu terecht en dan met name in het grondwater en oppervlaktewater. En dat zijn de bronnen voor ons drinkwater.

Strenge eisen voor toelating

Hoe schadelijk zijn die bestrijdingsmiddelen in Nederlandse drinkwaterbronnen? Om die vraag te beantwoorden, is het goed om eerst naar de wetgeving te kijken op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen. Alle bestrijdingsmiddelen moeten namelijk aan strenge toelatingseisen voldoen om op de markt te verschijnen. In Nederland gaat het College voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) daarover.

Petra Geenen, beleidsmedewerker bij het Ctgb, legt uit hoe dat proces in z’n werk gaat. “Wanneer een toelatinghouder, meestal een producent, een bestrijdingsmiddel op de markt wil brengen, moet die een dossier aanleveren waarmee wordt aangetoond dat het middel veilig is voor mens, dier en milieu. Dat doet diegene aan de hand van de criteria die zijn beschreven in een evaluation manual.

Europa bepaalt normen

Het Ctgb beoordeelt vervolgens of het middel aan de eisen voldoet. Geenen: “We kijken naar verschillende criteria, zoals de chemische eigenschappen, toxicologie, residuen, gedrag in het milieu en of het middel doet wat het zegt te doen. De werkzame stoffen die een middel bevat, zijn al goedgekeurd door de Europese Commissie. Die bepaalt ook de normen voor stoffen in grond- of oppervlaktewater. Europa is voor de beoordeling van bestrijdingsmiddelen dan ook de belangrijkste regelgever. We zijn gebonden aan de Europese verordening 1107/2009, waarin staat beschreven waar werkzame stoffen en middelen aan moeten voldoen. In de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb, red.) hebben we daar nog een nationale invulling aan gegeven, voor situaties die specifiek voor Nederland gelden of waar geen EU-regels voor zijn.”

Toelatingstermijn

Een middel dat het Ctgb als veilig aanmerkt, krijgt toelating voor een periode van zeven, tien of vijftien jaar, zegt Geenen. “Daarna wordt het opnieuw beoordeeld, aan de hand van nieuwe inzichten en de eventuele beschikbaarheid van alternatieven. De lengte van toelating hangt af van het risicoprofiel. Middelen met een hoger risico voor mens of milieu krijgen toelating van zeven jaar, reguliere middelen tien jaar en laagrisicomiddelen vijftien jaar. Die lange duur is vaak ook een stimulans voor producenten om middelen met een laag risico op de markt te brengen.”

‘Voor middelen in grondwaterbeschermingsgebieden hanteren we strengere normen’

Gebruiksvoorschrift en handhaving

Elk toegelaten middel beschikt over een wettelijk gebruiksvoorschrift, waarin onder andere staat hoe vaak en voor welke teelt het mag worden toegepast. Geenen: “Dat is een soort basisvoorschrift, net als bij het gebruik van medicijnen. Voor middelen in grondwaterbeschermingsgebieden hanteren we strengere normen. We zijn niet verantwoordelijk voor de handhaving, daar gaan onder meer de Waterschappen en de NVWA over. Die controleren of gebruikers de middelen ook daadwerkelijk inzetten zoals is voorgeschreven.”

Strenger en complexer dan vroeger

Volgens Geenen zijn de huidige normen en regels een stuk strenger, maar ook complexer dan in de vorige eeuw. “Toen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de jaren ’60 opkwam, was er ook nog nauwelijks regelgeving vanuit Europa. Er is nu veel meer kennis over de effecten van bepaalde stoffen of middelen op mens, dier en milieu. Tegelijkertijd maakt de ontwikkeling van nieuwe stoffen en middelen de beoordeling complexer.”

Opgedane kennis wordt vaak meegenomen in beoordelingen, vervolgt Geenen. “Wanneer in water verontreinigingen worden aangetroffen van stoffen die in bestrijdingsmiddelen kunnen zitten, kijken we extra kritisch. We voeren toetsen uit en proberen de herkomst te achterhalen. Het kan zijn dat een middel al niet meer is toegelaten. Dan kunnen we natuurlijk niet zoveel meer doen.”

‘We treffen regelmatig te hoge concentraties van stoffen aan in onze bronnen’

Verontreinigingen drinkwaterbronnen

Een van de drinkwaterbedrijven die momenteel de gevolgen van grootschalig gewasbeschermingsmiddelengebruik ondervindt, is WMD Drinkwater uit Drenthe. Volgens Henk Brink, manager Strategie en Kwaliteit bij WMD, zijn die veroorzaakt door de landbouwactiviteiten die in de provincie plaatsvinden, zoals akkerbouw en bollenteelt. “Op zes locaties bij onze grondwaterwinningen treffen we al sinds eind jaren ‘80 bijproducten van gewasbeschermingsmiddelen aan, zoals dichloorpropaan. Recentelijk hebben we ook bestrijdingsmiddelen, zoals bentazon, in te hoge concentraties aangetroffen. Het is lastig te achterhalen hoe lang die stoffen al in de bodem zitten, soms duurt het wel decennia voordat ze ons grondwater bereiken. Vaak is het ook een mix van verschillende herkomst.”

Drinkwater is veilig, maar zuivering is duur

Hoewel WMD volgens Brink meer dan 99 procent van de stoffen uit het water kan filteren en het drinkwater volledig veilig is om te drinken, benadrukt hij dat ze de stoffen hoe dan ook niet in hun bronnen willen hebben. “In de eerste plaats willen we natuurlijk een zo schoon mogelijk milieu. Daarnaast geldt: hoe meer stoffen, hoe ingewikkelder en duurder de zuivering. Op een winlocatie was de verontreiniging zodanig dat we een actief koolfilter hebben moeten plaatsen. De kans is groot dat er meer volgen. Investeringen in filtertechnieken zijn een behoorlijke kostenpost. We kunnen niet anders dan dat door berekenen aan de klant, waardoor de waterrekening uiteindelijk stijgt.”

‘Als een stof eenmaal in de bodem zit, haal je het er pas bij de waterzuivering weer uit’

Samenwerken met boeren en telers

Brink verwacht dat WMD de komende jaren nog druk is met het verwijderen van verontreinigen. “Als een stof eenmaal in de bodem zit, haal je het er pas bij de waterzuivering weer uit. Ondertussen kijken we met partijen uit de land- en tuinbouw hoe het huidige middelengebruik duurzamer kan. We merken dat ze daar welwillend tegenover staan. Ook voor boeren en telers is het onwenselijk dat bestrijdingsmiddelen uit- en afspoelen. Alles wat niet op een gewas belandt, is verspilde kosten. We praten onder andere over maatgerichte besproeiing, zodat minder middelen nodig zijn, en zijn bezig met de ontwikkeling van een early warning-systeem. Zodra verontreinigen in de ondiepe bodem worden aangetroffen, kan snel gestopt worden met het middel.”

In gesprek op politiek niveau

Ook het Ctgb schuift aan bij overlegtafels, zegt Geenen. “Onze primaire taak is de toetsing en toelating, maar ook achter de schermen denken we mee en delen we onze kennis, bijvoorbeeld in de Toekomstvisie gewasbescherming 2030 die minister Schouten onlangs naar de Kamer heeft gestuurd. Daarnaast praten we veel met stakeholders en kijken we hoe we in Europa onnodige hobbels uit procedures kunnen halen. Wat ons betreft mogen de ontwikkelingen allemaal nog wel iets sneller gaan, we zien graag meer aanvragen voor middelen met een laag risicoprofiel. Maar er worden in ieder geval goede stappen gezet.”

Deel dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *