Drinkwater in Europa: op veel plekken veilig, maar kwaliteit en kwantiteit onder druk
Nederland staat wereldwijd in de top als het gaat om de kwaliteit en veiligheid van drinkwater. Ook in veel andere Europese landen kun je gerust water uit de kraan drinken. Toch staan op steeds meer plekken de kwaliteit en kwantiteit onder druk. Ook het vertrouwen in drinkwater daalt licht, mede door verspreiding van desinformatie. In dit artikel laten we zien hoe het is gesteld met de kwaliteit, beschikbaarheid en infrastructuur van drinkwater in Europa en wat de verschillen zijn tussen landen als het gaat om onder meer de smaak, tarieven en organisatie van de drinkwatervoorziening.
In het kort:
- De Drinkwaterrichtlijn moet de kwaliteit en veiligheid van drinkwater garanderen
- De meeste Europese landen voldoen aan deze richtlijn
- Toch staan de kwaliteit van drinkwater en drinkwaterbronnen onder druk
- Ook kampen regio’s met waterschaarste en verslechterde infrastructuur
- Het vertrouwen in drinkwater is nog steeds hoog, maar neemt wel iets af
- In Europa zijn grote verschillen tussen de prijs en smaak van drinkwater en organisatie van de drinkwatervoorziening
Volg de laatste ontwikkelingen via onze LinkedIn pagina.
De kwaliteit van drinkwater
In Europa gelden vanuit de Europese Drinkwaterrichtlijn strenge regels voor de kwaliteit van drinkwater. Uit de European Performance Index (EPI) blijkt dat de meeste landen hieraan voldoen. Zes landen, waaronder Nederland, scoren de volle 100 punten. Maar er zijn ook gebieden waar je beter geen water uit de kraan kunt drinken, met name in Oost- en Zuidoost-Europa. Door kapotte of beschadigde leidingen, slechte waterzuivering of een te hoge dosering desinfectiemiddelen is het water uit de kraan niet veilig of gezond. Een deel van deze landen ligt buiten de EU en hoeft dus niet te voldoen aan de Drinkwaterrichtlijn.
Hier lees je in welke landen je moet oppassen met drinkwater.
Overzicht: drinkwaterkwaliteit in Europa

De EPI-waarde is een score voor de drinkwaterprestaties van een land. Een hoge waarde duidt op goede drinkwaterkwaliteit, infrastructuur en sanitaire voorzieningen en weinig tot geen gezondheidsrisico’s van kraanwater. Bij een lage waarde is sprake van onveilig drinkwater, een slechte infrastructuur en verhoogde kans op gezondheidsproblemen door het drinken van kraanwater.
Bronnen:
https://epi.yale.edu/epi-results/2022/component/h2o (cijfers)
WikiCommons (kaart Europa)
Kwaliteit bronnen staat onder druk
De kwaliteit van drinkwaterbronnen staat in veel Europese landen onder druk. Zowel grond– als oppervlaktewater heeft te maken met verontreinigingen. Uit een recente studie van het Europees Milieuagentschap blijkt dat slechts 29 procent van het oppervlaktewater binnen de EU in goede chemische toestand verkeert. Hierdoor voldoen veel landen niet aan de Europese normen van de Kaderrichtlijn Water. Grondwater is vaak van betere kwaliteit, maar is ook kwetsbaar voor vervuiling.
Bij verontreinigingen gaat het onder meer om stoffen afkomstig uit industrieel afvalwater, geneesmiddelen, nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen. Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zoals PFAS vormen een grote bedreiging en zijn inmiddels ook in drinkwater aangetroffen. Bij grondwater is vaak ook nog sprake van vervuiling uit het verleden, zogeheten historische belasting.
Zuiveren van water kost steeds meer geld
De meeste drinkwaterbedrijven in Europa beschikken over goede zuiveringsinstallaties. Maar het verwijderen van alle stoffen vraagt complexere technologie en kost daardoor steeds meer geld. Wanneer hier niet in wordt geïnvesteerd, bestaat het risico dat drinkwater niet meer voldoet aan de Drinkwaterrichtlijn. In Nederland investeren drinkwaterbedrijven steeds meer in betere zuiveringstechnologie.
1: Het vertrouwen in drinkwater
Uit peilingen en onderzoeken blijkt dat de meeste Europeanen zich zorgen maken over waterissues, maar nog wel veel vertrouwen hebben in de kwaliteit van drinkwater. In gebieden waar de kwaliteit en beschikbaarheid van drinkwater nu al onder grote druk staat of ondermaats is, is het vertrouwen lager. Ook de smaak van drinkwater, bijvoorbeeld een sterke chloorsmaak, speelt een rol bij het vertrouwen.
Desinformatie tast vertrouwen in drinkwater aan
Hoewel in Nederland het vertrouwen in drinkwater groot is, blijkt uit onderzoek van Motivaction dat jongeren zich wel vaker zorgen maken over de veiligheid en gezondheid van kraanwater. Dit is onder meer het gevolg van desinformatie die wordt verspreid via sociale media. Drinkwaterbedrijven en Vewin proberen met een online campagne tegen desinformatie het vertrouwen in drinkwater te vergroten.
2: De waterbeschikbaarheid
De waterbeschikbaarheid in Europa verschilt sterk per gebied. Waar met name Noord- en Centraal-Europa beschikken over voldoende watervoorraden, kampen landen in West-, Zuid- en Zuidoost-Europa steeds vaker met ‘waterstress’. Oorzaken hiervan zijn onder meer verzilting, hogere temperaturen en droogte door klimaatverandering, verslechterde waterkwaliteit en toenemende wateronttrekking door economische en bevolkingsgroei.
Steeds meer regio’s kampen met waterschaarste
Regionaal kan een tekort aan water al leiden tot een crisis, zoals steeds vaker gebeurt in landen aan de Middellandse Zee. In extreem droge en hete periodes geldt voor sommige regio’s een waterrantsoen. Ook in België is sprake van grote waterstress, blijkt uit de Aqueduct Water Risk Atlas. Hoewel Nederland nog niet in het rood staat in deze atlas, is waterschaarste in ons land wel steeds vaker onderwerp van gesprek.
3: Organisatie drinkwatervoorziening
In de meeste Europese landen is drinkwater een publieke voorziening. Dat betekent dat drinkwaterbedrijven grotendeels of volledig in handen zijn van de overheid. In Nederland is dit wettelijk bepaald om de betrouwbaarheid en betaalbaarheid van drinkwater te garanderen. In de meeste gevallen zijn provincies en gemeenten de aandeelhouders. Ook in landen als Duitsland en Oostenrijk is drinkwater publiek bezit.
Publiek-private of volledig private drinkwaterbedrijven
In andere landen, zoals Spanje, Tsjechië en Frankrijk, is sprake van een publiek-private samenwerking. In dat geval is de overheid vaak verantwoordelijk voor de infrastructuur, maar verzorgt een private partij de productie en distributie van drinkwater en het beheer. In Wales en Engeland is de drinkwatervoorziening volledig in private handen, in tegenstelling tot de twee andere landen van het VK, Schotland en Noord-Ierland.
4: De drinkwaterinfrastructuur
De kwaliteit van infrastructuur verschilt sterk per land. Dit komt vooral omdat niet alle overheden of drinkwaterbedrijven voldoende investeren in de infrastructuur. Nederland en veel andere West- en Noord-Europese landen steken veel geld in onderhoud en vervanging van leidingen, maar in Zuid- en Oost-Europa gebeurt dit een stuk minder. Ook in landen met een private drinkwatervoorziening, zoals Engeland, is de staat van het drinkwaterleidingnet vaak ondermaats.
Grote lekverliezen door slecht onderhoud
Een slechte infrastructuur leidt onder meer tot verontreinigingen van drinkwater en veel lekverlies. In sommige landen gaat soms wel 30 tot 40 procent van het drinkwater verloren bij het transport. De Drinkwaterrichtlijn verplicht EU-lidstaten hun waterverlies in kaart te brengen en actie te ondernemen om de infrastructuur te verbeteren en verspilling tegen te gaan.
Laag lekverlies door monitoring en kunststof leidingen
In landen met een goede infrastructuur is het lekverlies een stuk lager. Nederland heeft met gemiddeld 5 procent een van de laagste lekverliezen ter wereld. Dit komt mede door goede monitoring en doordat drinkwaterbedrijven steeds meer gebruik maken van kunststof leidingen, die minder kwetsbaar zijn voor scheuren en vaak langer meekunnen.
5: Drinkwatertarieven
De drinkwatertarieven lopen binnen Europa sterk uiteen. In de meeste landen wordt het tarief bepaald door een vast basistarief (vastrecht) voor onderhoud aan het leidingnetwerk plus een bedrag voor de afname. Gemiddeld betalen Europese huishoudens ongeveer 2 tot 5 euro per kubieke meter (1000 liter) drinkwater. In landen als Denemarken, Duitsland en België is het tarief op veel plekken hoger, met name door hoge milieubelasting en kosten voor de zuivering. In Nederland betalen we tussen de €2,70 en €3,50 per kuub (excl. vastrecht).
Wanneer je in het buitenland kraanwater drinkt, smaakt dat vaak anders dan in Nederland
6: De smaak van drinkwater
Wanneer je in het buitenland kraanwater drinkt, smaakt dat vaak anders dan in Nederland. Veel Europese landen voegen namelijk chloor toe aan het drinkwater om bacteriën te doden. In Zuid-Europese landen vaak in een hoge dosering, waardoor dit kraanwater een sterke chloorsmaak heeft. In Ierland voegen drinkwaterbedrijven naast chloor ook nog fluor toe aan drinkwater, om tandbederf tegen te gaan.
Geen additieven in Nederlands kraanwater
In Noord-Europa en in Alpengebieden is het kraanwater daarentegen vaak juist heel zacht van smaak, omdat het afkomstig is uit de bergen of diepe grondwatervoorraden. Hier worden dus geen middelen aan het drinkwater toegevoegd. Ook in Nederland gebeurt dat niet, vanwege de goede zuivering en infrastructuur. Dat kraanwater in Nederland soms verschillend smaakt, komt vooral door de samenstelling mineralen en de hardheid, het gehalte calcium en magnesium.
Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief
7: Toegang tot drinkwater
De afgelopen decennia is er veel gedaan om de toegang tot schoon en veilig drinkwater voor inwoners in heel Europa te vergroten. De Drinkwaterrichtlijn – die in 1998 in werking trad en inmiddels meerdere malen is herzien – speelt hier een belangrijke rol bij. Mede dankzij het Europese burgerinitiatief ‘Water and Sanitation is a Human Right’ (Right2Water) uit 2013 is de richtlijn aangescherpt. Zo zijn er strengere eisen gekomen voor privatisering, transparantie en beschikbaarheid van drinkwater.
Klein deel Europa heeft slecht of geen toegang tot drinkwater
Toch is er nog altijd een deel van de Europese bevolking dat slecht tot geen toegang heeft tot kraanwater. Met name in landen waar de kwaliteit en infrastructuur ondermaats zijn, zoals in Oost- en Zuidoost-Europa, moeten groepen en gemeenschappen op andere manieren aan hun dagelijkse water komen. Wanneer deze alternatieve bronnen vervuild zijn, neemt de kans op ziekten of andere gezondheidsklachten toe.