Nieuwe bron moet Dunea toekomstbestendig maken: 4 lessen uit het traject

Als één van de eerste drinkwaterbedrijven ontdekte Dunea dat de grenzen van hun watersysteem in beeld kwamen. Om in de toekomst voldoende drinkwater te kunnen blijven leveren, ging het Zuid-Hollandse drinkwaterbedrijf op zoek naar nieuwe bronnen. Na een jarenlang traject met partners koos Dunea in 2025 voor kanaal De Vliet als toekomstige drinkwaterbron. Het verkennen van regionaal oppervlaktewater als drinkwaterbron is nieuw. Hoe verliep het traject, welke best practices levert het op?

Volg de laatste ontwikkelingen via onze LinkedIn pagina.

In het kort: 4 lessen uit de zoektocht naar een nieuwe waterwinning

  1. Betrek partijen zo vroeg mogelijk in het traject
  2. Leer elkaars taal en belangen kennen
  3. Zorg voor duidelijke regie en procesinrichting
  4. Geef partijen voldoende tijd voor besluitvorming

‘Vanaf 2030 hebben we op jaarbasis 10 miljard liter extra drinkwater nodig’

In 2019 lanceerde Dunea haar multi-bronnenstrategie. Hiermee hoopt het bedrijf de afhankelijk van hun huidige bronnen – de Afgedamde Maas en de Lek – te kunnen verkleinen, vertelt Willemijn Bouland, divisiemanager Strategie & Programmering bij Dunea. “Door meerdere bronnen te gebruiken vergroten we de waterbeschikbaarheid. Vanaf 2030 hebben we op jaarbasis 10 miljard liter extra drinkwater nodig. Daarnaast maken we ons systeem weerbaarder, flexibeler en adaptiever. Bij verontreiniging of droogte kunnen we sneller terugvallen op een andere bron.”

Brede verkenning

Dunea koos vanaf het begin voor een brede verkenning. Van zeewater tot een nieuwe lange leiding vanaf de Lek: alle mogelijke opties voor nieuwe bronnen werden meegewogen. In 2022 startte het drinkwaterbedrijf een pilot bij twee bronnen die het verder wilde verkennen: de onttrekking van brak grondwater bij Scheveningen en de inname van water uit het Valkenburgse Meer.

Vrijwillige milieueffectrapportage

Om de impact van verschillende nieuwe bronnen op het watersysteem en de omgeving in kaart te brengen, zette het drinkwaterbedrijf ook een traject in gang voor een vrijwillige milieueffectrapportage (m.e.r.). Hierbij liet Dunea experts onderzoek doen naar onder meer de impact op andere functies, zoals de bewoonde omgeving, natuur, geothermie, landbouw en industrie. Ook aspecten als duurzaamheid, toekomstbestendigheid en kosten werden in de m.e.r. meegenomen.

De Vliet als voorkeurslocatie

Richting het einde van de m.e.r.-procedure concludeerde Dunea dat de locaties waar een pilot was gestart niet de meest optimale opties waren. Bouland: “Op beide plekken bleek de waterwinning niet op te schalen tot het noodzakelijke niveau van 10 miljard liter. Bovendien bleek dat waterwinning in het Valkenburgse Meer negatieve impact zou kunnen hebben op de waterkwaliteit. Uit de m.e.r. kwam wel een nieuwe voorkeurslocatie naar voren: De Vliet, een kanaal tussen Leiden en Voorburg.”

Kanaal De Vliet

Betrokkenheid waterschap

Als bevoegd gezag voor De Vliet speelt het Hoogheemraadschap van Rijnland een belangrijke rol in het traject van Dunea. Anne Kuiten, procesleider en relatiemanager van het waterschap, vertelt wat hun betrokkenheid is. “We zijn al vroeg meegenomen in de verkenning. Inname van regionaal oppervlaktewater voor drinkwaterproductie is een nieuw fenomeen. Alleen Waterbedrijf Groningen (WBG) heeft hier ervaring mee in de Drentse Aa, maar dat is een bekensysteem. We moesten gezamenlijk uitzoeken wat dit precies van ons vraagt en welke kennis er nodig is om de juiste afwegingen te maken.”

Borgen kwaliteit en kwantiteit

Als regionaal waterbeheerder is Rijnland onder meer verantwoordelijk voor het borgen van de waterkwaliteit- en kwantiteit, zegt Kuiten. “Dat doen we bijvoorbeeld door het verstrekken van lozingsvergunningen en het zuiveren van huishoudelijk afvalwater op rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s). Het onttrekken van oppervlaktewater kan leiden tot verslechtering van de waterkwaliteit doordat je water kan aantrekken met hogere concentraties nutriënten en verontreinigde stoffen. Net als andere wateren kampt De Vliet met uitdagingen, zoals verzilting, bestrijdingsmiddelen, opkomende stoffen en medicijnresten. We willen verdere verslechtering voorkomen.”

Geen significante effecten

Om een goed beeld te krijgen van de effecten van waterinname op de waterkwaliteit  heeft Dunea modelberekeningen laten uitvoeren. Kuiten: “Hierbij is de waterkwaliteit gekoppeld aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). In eerste instantie vonden we dat bepaalde effecten onvoldoende waren onderzocht in de m.e.r. Maar in aanvullend onderzoek werd zichtbaar dat er geen significante negatieve effecten zijn te verwachten bij onttrekking van 10 miljoen kuub per jaar. Dat heeft ons gerustgesteld.”

Strengere normen

Het aanwijzen van een oppervlaktewater als drinkwaterbron betekent ook dat er aanvullende KRW-eisen gaan gelden, zegt Kuiten. “Dat heeft gevolgen voor emissies en lozingen op het oppervlaktewater zoals riooloverstorten en lozingen van gezuiverd huishoudelijk afvalwater. Wat de gevolgen precies zijn, gaan we gezamenlijk verder in beeld brengen. Als verantwoordelijk waterbeheerder maken we afspraken met stakeholders over te nemen maatregelen. Deze leggen we vast in een gebiedsdossier en uitvoeringsprogramma. Inclusief wie waarvoor (financieel) verantwoordelijk is.”

Impact op omgeving

Behalve de effecten op waterkwaliteit vormt ook de impact van onttrekking op andere functies in de omgeving, zoals natuur en landbouw, een belangrijk aandachtspunt. Inname van het water van De Vliet is volgens Kuiten het overgrote deel van het jaar geen probleem. “Maar bij langere periodes van droogte kan de zoetwaterbeschikbaarheid onder druk komen te staan, waardoor knelpunten ontstaan.”

Innamestop bij droogte

Bij langdurige droogte zal Dunea de waterinname uit De Vliet tijdelijk stopzetten en terugvallen op bestaande bronnen en haar strategische zoetwaarvoorraad in de duinen. Kuiten: “Dat zal gebeuren wanneer onze klimaatbestendige wateraanvoer aangaat. Deze droogtemaatregel hebben we gezamenlijk vastgelegd. Dit gaan we concreter uitwerken in een droogteprotocol, zodat we precies weten wanneer we welke stappen moeten zetten.”  

Besluit was gamechanger

Volgens Bouland van Dunea is de droogtemaatregel een gamechanger geweest. “Als we het waterschap hier niet in tegemoet zouden zijn gekomen, had dit een bottleneck kunnen zijn voor het traject. Maar we snappen heel goed dat er meer belangen zijn dan alleen drinkwater. Bij droogte is het water hard nodig voor het nat houden van dijken en andere functies zoals landbouw. En wij hebben de ‘luxe’ dat we kunnen terugvallen op onze watervoorraden in de duinen.”

Keuze voor De Vliet

In september 2025 maakten de partijen wereldkundig dat Dunea kiest voor De Vliet als toekomstige drinkwaterbron. De voorkeurskeuze is bestuurlijk vastgelegd in een intentieovereenkomst. Om de leveringszekerheid verder te vergroten gaat Dunea ook nog nieuwe zuiveringstechnieken op drie productielocaties in de duinen installeren.

Lees verder onder de afbeelding

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gesprekken met partijen

Begin maart 2026 kreeg Dunea van de gemeente Leidschendam-Voorburg groen licht voor de bouw van het innamepunt en de voorzuivering. Bij de realisatie hiervan zijn naast de gemeente en het waterschap ook nog andere partijen betrokken. Bouland: “We spreken bijvoorbeeld ook nog met grondeigenaren, natuurorganisaties en omwonenden. Hierbij bespreken we onder meer de mogelijkheden voor natuurinclusief ontwerpen van de locatie en ruimte voor recreatie. Ook de provincie kijkt intensief mee met het traject en heeft een belangrijke rol als bevoegd gezag.”

4 lessen uit de zoektocht naar een nieuwe waterwinning

Hoewel het traject nog niet is afgerond, heeft het proces volgens de partijen wel al een aantal waardevolle lessen opgeleverd.

1. Betrek partijen zo vroeg mogelijk

Om draagvlak te creëren en kennis te bundelen nam Dunea de betrokken partijen al in een vroeg stadium mee in de plannen. Het starten van een vrijwillige m.e.r.-procedure hielp om het traject kaders te geven. Bouland: “We hebben onder meer ontwerpateliers gehouden en inspraakmomenten georganiseerd waarbij iedereen welkom was. Ook hebben we tussentijds de resultaten van de m.e.r. gedeeld. Als je vanaf het begin participatief en transparant werkt, zorg je niet alleen voor draagvlak, maar ook dat het traject in het latere stadium sneller verloopt.”

2. Leer elkaars taal en belangen kennen

Een andere les is volgens Bouland dat je elkaars taal en belangen goed moet leren kennen. “Dat begint al met kleine dingen. Zo rekent het waterschap in kuubs per seconde en wij in kuubs per uur. En bij verontreinigingen denken wij in nanogrammen en zij in microgrammen. In onze gesprekken hebben we ook veel aandacht besteed aan het begrijpen van elkaars belangen. Hierbij hebben we onze waardering uitgesproken dat ze willen meedenken en de urgentie zien, wetende dat het systeem al onder druk staat.”

3. Zorg voor duidelijke regie en procesinrichting

Omdat het gebruik van regionaal oppervlaktewater voor drinkwater iets nieuws is, waren de partijen enige tijd zoekende naar de inrichting van het proces, merkte Kuiten. “Het ontbrak soms aan regie en adequaat procesmanagement. Daardoor gingen partijen elkaar los benaderen, terwijl je het liefst alles centraal doet. Daarover hebben we goede gesprekken gevoerd met de provincie en Dunea. Samen hebben we alle posities inzichtelijk gemaakt en de te doorlopen processtappen uitgelijnd, zodat iedereen wist wat diens rol was en in welke fase we ons bevonden.”

Handvatten van het Rijk

Bouland vult aan: “Het zou helpen als we vanuit het Rijk meer handvatten zouden krijgen voor de formele besluitvormingsprocessen rond de zoektocht naar nieuwe bronnen. Omdat je voor een nieuwe bron zowel water als ruimte nodig hebt, zijn er heel veel opties en belangen en besluitvormingstafels en procedures. Hoe richt je zo’n traject goed in en hoe werk je samen met partners? Nu moesten we zelf veel puzzelen en pionieren. We zijn denk ik wel drie of vier keer van processtrategie veranderd. We hopen dat er meer standaardisering komt. Misschien hebben we met onze verkenning de eerste stappen hiervoor gezet.”

4. Geef partijen voldoende tijd voor besluitvorming

Het nemen van een besluit vraagt tijd, voor alle partijen. Volgens Kuiten is het belangrijk om die tijd mee te nemen in de planning. “Als Dunea naar ons toekomt met een voorkeurskeuze, moeten we die voorleggen aan het management en ons dagelijks bestuur en kunnen uitleggen hoe en waarom ze tot die keuze zijn gekomen. Dat vraagt de nodige voorbereiding en interne afstemming. In de planning was hier vanuit Dunea niet altijd voldoende rekening mee gehouden en was het tijdspad soms wat te optimistisch ingeschat.”

Capaciteit vrijmaken

Bouland erkent dat planningen regelmatig moesten worden bijgesteld. “We hadden onderschat hoeveel de keuze van een bron vraagt van andere partijen. Het is belangrijk om voor zo’n traject voldoende capaciteit vrij te maken. We snappen dat dat voor partijen heel lastig is. Ook voor ons vroeg het meer tijd dan verwacht. We hebben veel moeten investeren in het aan boord houden van partijen. Maar uiteindelijk heeft dat er wel in geresulteerd dat we nu tot een keuze zijn gekomen. Daar zijn we heel blij mee.”


Waterschaarste Watertransitie Winningen

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *