Verzilting: een bedreiging voor ons drinkwater?

Kraanwater mag op jaarbasis gemiddeld 150 milligram zout per liter bevatten. Verzilting zorgt er echter voor dat grond- en oppervlaktewater in kustgebieden en rond het IJsselmeer steeds zouter wordt. Vormt dat een gevaar voor ons drinkwater en welke maatregelen moeten verzilting tegengaan?

verzilting drinkwater

Wat is verzilting?

We spreken van verzilting als het chloridegehalte (het zoutgehalte) van zoetwater toeneemt. Dit kan verschillende oorzaken hebben, maar in Nederland komt het vooral voor in tijden van droogte, legt Pieter Beeldman van Rijkswaterstaat uit. “Normaal gesproken houdt zoet rivierwater het zoute zeewater bij de monding tegen. Bij een lage afvoer van de rivier wordt de tegendruk minder en trekt het zwaardere zoute water als een zouttong over de bodem landinwaarts. Het water mengt zich met zoet oppervlaktewater.” Wanneer het gaat regenen en het waterpeil van de rivieren stijgt, drukt het zoete water het binnengedrongen zoute water weer weg.

Langs de Nederlandse kust en rond het IJsselmeer is sprake van toenemende verzilting

Is verzilting een probleem?

Wanneer het zoutgehalte in zoetwater toeneemt, ontstaan er bedreigingen voor de drinkwaterproductie. De laatste jaren is er langs de Nederlandse kust en rond het IJsselmeer sprake van toenemende verzilting. Zout zeewater trekt via de Nieuwe Waterweg of de bodem landinwaarts, richting gebieden waar  in Zuid-Holland Evides Waterbedrijf, Dunea en Oasen en in Noord-Holland PWN en Waternet een deel van hun innamelocaties voor drinkwaterproductie hebben staan. Tot nu toe zijn de zoutconcentraties in het Nederlandse grond- en oppervlaktewater dat wordt gebruikt voor de drinkwatervoorziening altijd onder de wettelijke norm van 150 milligram gebleven.

Incidentele droogte heeft nauwelijks invloed

In de extreem droge zomer van 2018 was het chloridegehalte van oppervlakte- en grondwater langs de kust hoger dan normaal. Zulke weersextremen komen nu nog eens in de zeven à acht jaar voor, legt Harrie Timmer van drinkwaterbedrijf Oasen uit. “Zo’n incidenteel heel droog jaar zorgt voor een toename van slechts een paar milligram zout per liter en kan dus voorlopig geen kwaad.” 

Vaker verzilting door weersextremen

Maar dat kan in de toekomst weleens een ander verhaal worden, vermoedt hij. Klimaatscenario’s voorspellen dat weersextremen de komende decennia steeds normaler worden. In combinatie met een stijgende zeespiegel en bodemdaling gaat dat vaker voor problemen zorgen.

“Onderzoek leert dat wanneer een aantal jaar achter elkaar de tegendruk van zoetwater laag is, het zoute water steeds verder en vaker landinwaarts stroomt waardoor  het gemiddelde chloridegehalte stijgt. In de extremere klimaat scenario’s wel tot 190 milligram per liter, boven de wettelijke norm voor drinkwater.”

‘Door klimaatverandering worden weersextremen als langdurige droogte steeds normaler’

Zuiveringstechnieken

Zoetwater in ons land heeft een chloridegehalte tussen de 50 en 130 milligram per liter. Ter vergelijking: zeewater bevat gemiddeld 18000 milligram chloride per liter. De huidige zoutconcentraties in het Nederlandse grond- en oppervlaktewater liggen dus onder de wettelijke norm van 150 milligram die een liter drinkwater mag bevatten.

Dat moet ook wel, want waar chemische stoffen en medicijnresten met kool-, zand- of natuurlijke bodemfiltratie uit het water gehaald kunnen worden, zijn deze zuiveringstechnieken niet in staat om zout uit het water te filteren.

Kierbesluit: ook oorzaak verzilting

Het is niet alleen klimaatverandering die zout in de zoetwaterwonden strooit. Ook menselijke ingrepen hebben invloed op verzilting. Een  daarvan is het Kierbesluit. Om de vismigratie vanaf de Noordzee te bevorderen en trekvissen zoals de zalm en zeeforel op weg te helpen naar hun paaigebieden stroomopwaarts, zet Rijkswaterstaat (RWS) vanaf het najaar van 2018 de Haringvlietsluizen af en toe op een kier.

Compenserende maatregelen

Als gevolg van dit besluit verzilt het laatste deel van het Haringvliet, waar Evides tot de zomer van 2017 een innamepunt voor het binnenhalen van zoetwater voor drinkwaterproductie had. Het drinkwaterbedrijf heeft daarom samen met RWS ‘compenserende maatregelen’ genomen, vertelt Beeldman.

“Evides heeft het innamepunt voor drinkwater op Goeree-Overflakkee naar het oosten verplaatst voorbij de denkbeeldige lijn tussen Middelharnis en het Spui. Daar blijft het Haringvliet zoet.” Rijkswaterstaat zorgt er met de bediening van de Haringvlietsluizen voor dat het zout niet voorbij de denkbeeldige lijn en het bij innamepunten komt. “Het drinkwatersysteem voor dit gebied is nu robuuster en toekomstbestendig. Bovendien is hiermee de beschikbare hoeveelheid water voor drinkwaterproductie verhoogd.”

Nog steeds risico

Henk Ketelaars, manager drinkwatertechnologie en bronbescherming bij Evides vult aan: “Een heel belangrijk aandachtspunt bij het op een kier zetten van het Haringvliet is om er voor te zorgen dat het zoute water niet het nieuwe innamepunt bereikt. Dit laat onverlet dat er ook nog steeds een bedreigende verzilting op kan treden als er een westerstorm optreedt in combinatie met lage rivierafvoeren. Dan kan achterwaartse verzilting optreden, waardoor het Haringvliet vanaf de Nieuwe Waterweg verzilt en het zoute water het nieuwe innamepunt van Evides kan bereiken.” 

‘Bij vervanging van zuiveringsinstallaties wordt nu al rekening gehouden met verzilting’

Investering in ontziltingstechnieken

Ook Oasen neemt momenteel maatregelen tegen verzilting. Onlangs leende het Zuid-Hollandse drinkwaterbedrijf nog 70 miljoen euro bij de Europese Investeringsbank voor ontziltingstechnieken en corrosiebestendige leidingen. Een flink bedrag, al moet daar volgens Timmer wel enige duiding bij.

“Een drinkwaterbedrijf vervangt elke dertig tot veertig jaar haar zuiveringsinstallaties. Het gaat dus eigenlijk om reguliere vervanging. Met toenemende verzilting in het achterhoofd passen we de zuiveringstechnieken aan. Membraanfiltratie haalt bijvoorbeeld wel zout uit het water.” 

Verzilting voorkomen

Daarnaast wordt er ook bekeken welke preventieve maatregelen helpen tegen verzilting. Timmer legt uit hoe Oasen samen met Dunea en RWS de zoetwatervoorraad van hun waterwingebied in droge tijden op peil wil houden.

“Bij lage afvoer beperkt de stuw bij Hagestein – nabij Vianen – de doorstroom van Rijnwater naar de Lek, waar onze innamepunten zijn. Het zeewater komt dan makkelijk landinwaarts. Het idee is nu dat de stuw voortaan een beetje wordt opengezet, zodat dit zoete water het zout verdringt.”

Prijsstijging drinkwater?

Wat betekenen al deze ingrepen voor de prijs van het drinkwater? Volgens Timmer hoeven consumenten niet bang te zijn voor hoge kosten. “Zoals gezegd vallen veel aanpassingen onder regulier onderhoud. Bij preventieve maatregelen maken we veelal gebruik van bestaande infrastructuur, de sluizen liggen er al. Wellicht dat de prijs per kuub in de toekomst met een paar cent stijgt, maar dat is te verwaarlozen. Als we pas op het laatste moment ingrijpen, wordt het veel duurder.”

Industrie en landbouw meer last

Ook voor een drinkwatertekort hoeven de inwoners van kustgebieden niet te vrezen, benadrukt Timmer. “De drinkwatervoorziening krijgt bij schaarste voorrang boven andere watergebruikers zoals industrie en landbouw. Die gaan waarschijnlijk meer last krijgen van verzilting.”

Beeldman voegt toe: “De grote innamepunten van drinkwaterbedrijven liggen zo ver mogelijk uit de kust en merken weinig van verzilting. Met de maatregelen die we nu nemen, kunnen we decennia vooruit. Er zijn flinke uitdagingen, maar door toekomstgericht handelen kunnen we die goed opvangen.”

Deel dit bericht

Comments 1

  1. De zeespiegelstijging verergert verzilting omdat de wet van communicerende vaten zorgt dat er meer zoute kwel komt. Om die reden zou onze regering subsidies om zoute natuur binnen primaire dijken te stimuleren direct moeten afschaffen. Ook het afplaggen of verlagen van de boden moet van overheidswegen worden verboden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *