Internationaal waterbeheer: zo werkt het en dit moet er beter

De Rijn en de Maas zijn belangrijke drinkwaterbronnen. De kwaliteit en kwantiteit van beide rivieren staat door menselijke invloeden en klimaatverandering onder druk. Vanwege het grensoverschrijdende karakter is internationale samenwerking voor verbetering van de waterkwaliteit en waterverdeling bij droogte van groot belang. Hoe gebeurt dat nu? En wat moet beter?

Rijn bij Keulen, internationaal waterbeheer
De Rijn bij de Duitse stad Keulen.
  • De Maas en Rijn kampen met verontreinigingen uit binnen- en buitenland
  • Met name opkomende stoffen vormen een probleem voor drinkwaterbedrijven
  • Toenemende droogte verslechtert de waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid
  • Afspraken en samenwerking op Europees niveau en tussen landen moeten zorgen voor kwaliteitsverbetering en eerlijke waterverdeling bij droogte

Waterkwaliteit in de rivieren is ondermaats

In Nederland en landen om ons heen drinken miljoenen mensen kraanwater afkomstig uit de Maas of Rijn. De waterkwaliteit van beide rivieren is – ondanks verbeteringen de afgelopen decennia – nog altijd ondermaats, zo blijkt uit jaarrapporten van RIWA-Maas en RIWA-Rijn. Verontreinigingen, zoals chemische stoffen, zorgen voor uitdagingen voor drinkwaterbedrijven, zoals extra zuiveringsinspanning en meer innamestops.

Volg de laatste ontwikkelingen via onze LinkedIn pagina.

Met name opkomende stoffen een probleem

Met name opkomende stoffen vormen een probleem, vertelt Wilko Verweij, adviseur waterkwaliteit bij Deltares. Dit zijn nieuwe chemische verbindingen die door de industrie worden ontwikkeld. “Deze stoffen zijn schadelijk voor het milieu en moeilijk te zuiveren. Van veel opkomende stoffen zijn de exacte risico’s onbekend.” Verder zitten in rivieren restanten van bestrijdingsmiddelen en medicijnresten. Deze stoffen komen vaak wel in lagere concentraties voor dan industriële stoffen.

Lozingen in Duitsland, België en Frankrijk

Een deel van de verontreinigingen komt uit het buitenland, zoals industriegebieden in het Duitse Ruhrgebied en Wallonië. Fabrieken lozen hun afvalwater direct op de rivier, op zijtakken ervan of via de rioolwaterzuivering (rwzi). Ook belanden chemische stoffen in het water door incidenten, illegale lozingen, bluswater of schoonmaakwerkzaamheden. Daarnaast bevat de Rijn concentraties zout uit de Franse kalimijnen.

Lees verder onder de afbeelding

Blijf op de hoogte van de ontwikkelingen rond drinkwater via onze nieuwsbrief:

Klimaatverandering vergroot de kwetsbaarheid

Ook klimaatverandering heeft invloed op de waterkwaliteit. Bij lage afvoer nemen de concentraties stoffen in het water namelijk toe, vertelt Marjolein Mens, expert droogte en waterverdeling bij Deltares. “Dat betekent dat bij droogte de kwetsbaarheid door lozingen groter wordt. Ook is het zo dat opgeslagen verontreinigingen in de bodem na een lange droge periode uitspoelen naar de rivier als het ineens gaat regenen. ”

Vanwege de beperktere omvang van het stroomgebied en volledige afhankelijkheid van regenwater is de Maas nog kwetsbaarder voor klimaatverandering dan de Rijn. Uit een recent rapport van Deltares blijkt dat de verminderde waterbeschikbaarheid in de Maas door droogte in de toekomst een groot risico kan vormen voor de drinkwatervoorziening.

De oplossingen samengevat

  • Zorg dat lozingsvergunningen up to date zijn
  • Maak lozingsvergunningen inzichtelijk en transparant
  • Betrek partijen uit de watersector bij vergunningverlening voor lozingen
  • Leg een totaalverbod op voor risicovolle stoffen (of hele stofgroepen) zoals PFAS
  • Ga met landen in gesprek en maak betere afspraken over waterverdeling bij droogte
  • Maak bij waterverdeling onderscheid tussen schone en vervuilende activiteiten

Afspraken en samenwerking voor verbetering waterkwaliteit

Om de waterkwaliteit te verbeteren, is een aantal richtlijnen opgesteld en wordt op verschillende niveaus samengewerkt.

Richtlijnen op Europees niveau

Vanuit de EU gelden verschillende richtlijnen:

Elk land vertaalt de KRW naar afspraken en maatregelen in stroomgebiedbeheerplannen. Daarnaast heeft Nederland vanuit (onder meer) de REACH-verordening een lijst met Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZSS) opgesteld. Binnen de KRW wordt elke vier jaar een nieuwe lijst opgesteld met prioritaire stoffen, stoffen met het grootste risico voor mens en milieu, waarvan de emissie net als bij ZZS stoffen geminimaliseerd en liefst uitgebannen moet worden.

Samenwerking per stroomgebied

Binnen Europa maken landen onderling afspraken per stroomgebied. Zo spraken ministers uit de Rijnlanden in 2020 af dat de hoeveelheid lozingen op de Rijn de komende twintig jaar met 30 procent moet afnemen. Ook voor de Maas zijn afspraken gemaakt, zoals in het Maasverdrag van de Internationale Maascommissie. Hierin is nog geen reductiedoelstelling zoals in de Rijn opgenomen.

Protocol voor opsporen verontreinigingen

Per stroomgebied werken ook partijen uit de watersector onderling samen. Bijvoorbeeld bij de signalering van stoffen, vertelt Maarten van der Ploeg, directeur van RIWA-Maas. “Langs de Maas hebben we 121 meetpunten geidentificeerd. Wanneer zich een incident met een verontreiniging voordoet kunnen drinkwaterbedrijven en waterbeheerders aan de hand van het meetnet de bron van de verontreiniging sneller opsporen.”

Betere aanpak voor het lozen van afvalwater

Minstens zo belangrijk als het opsporen van de bron is voorkomen dat stoffen überhaupt in het water belanden. Het probleem moet volgens Van der Ploeg dan ook al aan de voorkant worden aangepakt, zoals bij lozingsvergunningen.

  • Zorg dat lozingsvergunningen up to date zijn

Een van de problemen is dat lozingsvergunningen vaak niet up to date zijn, zegt Van der Ploeg. “Veel stoffen die we nu aantreffen in de Maas, zoals ZZS en PMT’s, zijn veelal niet opgenomen in vergunningen van tien jaar terug. Daardoor geven vergunningen vaak geen compleet beeld van de stoffen die geloosd worden. Soms weten bedrijven zelf niet eens dat ze iets schadelijks lozen. Daarom pleiten wij ervoor dat vergunningen (periodiek) herzien moeten worden en dat ‘nieuwe’ stoffen hierin meegenomen worden.”

  • Maak lozingsvergunningen voor afvalwater transparanter

Daarnaast zijn lozingsvergunningen niet altijd transparant. Van der Ploeg: “Daardoor is voor ons niet duidelijk wat er in de vergunning staat en waar wat geloosd wordt. Wallonië heeft dat beter voor elkaar. Daar vind je in een online geo-portaal een overzicht met alle vergunningen. Recent hebben we in Nederland de vergunningen van Rijkswaterstaat en Waterschap Limburg opgenomen in de Atlas voor een Schone Maas. Vergunningen van andere waterschappen langs de Maas volgen snel. Als van een stof bekend is waar deze in het oppervlaktewater terechtkomt, kan veel gerichter gezocht worden naar de bron.”

  • Betrek partijen uit de watersector bij vergunningverlening

Om vervuiling aan de voorkant te voorkomen, moeten drinkwaterbedrijven meer worden betrokken bij vergunningverlening, vindt Van der Ploeg. “Zo kun je al direct aangeven welke stoffen een potentieel risico vormen. Een goed voorbeeld waarbij dit recent is gebeurd, is bij het opstellen van de nieuwe lozingsvergunning van industriegebied Chemelot. Hierbij zijn – behalve het waterschap als vergunningverlener – ook drinkwaterbedrijven die de Maas als bron gebruiken betrokken geweest.”

  • Leg een totaalverbod op voor risicovolle stoffen, zoals PFAS

Voor stoffen met een groot milieurisico, zoals PFAS, pleit de watersector voor een totaalverbod binnen Europa. Zo’n totaalverbod is belangrijk, omdat je anders achter de feiten blijft aanlopen, zegt Verweij van Deltares. “Als je slechts één stof verbiedt, produceert de industrie binnen no-time een nieuwe vergelijkbare stof. Soms zelfs nog schadelijker. Voordat je daar weer normen of regels voor hebt, ben je jaren verder.”

Afspraken tussen landen over waterverdeling bij droogte

Ook voor de verdeling van rivierwater is internationale samenwerking van belang. Zo staat in het Maasafvoerverdrag hoe het rivierwater bij een lage afvoer wordt verdeeld tussen Vlaanderen en Nederland.

  • Ga nu met elkaar in gesprek en maak nog duidelijkere afspraken

De vraag is of deze afspraken gezien de toekomstige uitdagingen voldoende zijn, zegt Mens. “We zullen nog beter moeten vastleggen wie en welke functies er bij schaarste voorrang krijgen. Voor de Rijn is er bijvoorbeeld nog geen afvoerverdrag.”

  • Maak onderscheid tussen schone en vervuilende activiteiten

Van der Ploeg is ook een voorstander van betere afspraken over de verdeling. Hij pleit zelfs voor onderscheid binnen sectoren. “Bijvoorbeeld door watergebruik voor biologische landbouw of schone industrie voorang te geven ten opzichte van milieuonvriendelijke activiteiten. Zo geef je duurzaam waterbeheer meteen een duwtje in goede richting.”

Verontreiniging Verontreiniging oppervlaktewater

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.