Brussel wil waterbesparing van 10% binnen de EU
De Europese Commissie wil dat burgers, bedrijven en overheden efficiënter omgaan met water. In een nieuwe Europese waterstrategie stelt Brussel voor dat het watergebruik in de Europese Unie tegen 2030 met minimaal tien procent wordt verminderd. Het doel: Europa beter voorbereiden op toenemende droogte, watervervuiling, extreem weer door klimaatverandering, en dus ook op waterbesparing.
Volg de laatste ontwikkelingen via onze LinkedIn pagina.
In het kort:
• EU-landen moeten streven naar 10% efficiënter watergebruik in 2030
• Minder waterverlies door lekkende leidingen en betere infrastructuur
• Meer aandacht voor hergebruik van water in landbouw en industrie
• Nieuwe initiatieven voor aanpak van PFAS en andere verontreinigende stoffen
• Extra investeringen nodig om Europese watersystemen klimaatbestendig te maken
Europa warmt snel op
Volgens de Europese Commissie staat de beschikbaarheid van voldoende schoon water in Europa steeds meer onder druk. Europa is het continent dat het snelst opwarmt door klimaatverandering. Daardoor nemen perioden van droogte, hittegolven en bosbranden toe, afgewisseld met hevige regenval en overstromingen.
Water is volgens de Commissie een cruciale factor voor de samenleving. Zonder voldoende water van goede kwaliteit komen landbouw, industrie, energievoorziening en ecosystemen onder druk te staan. Daarom spreekt Brussel in de strategie zelfs van een kwestie van veiligheid.
De Commissie wil daarom dat EU-landen niet alleen minder water gebruiken, maar ook efficiënter omgaan met bestaande waterbronnen en meer water hergebruiken.
Doel: tien procent efficiënter watergebruik
Een van de belangrijkste voorstellen is dat EU-lidstaten streven naar een verbetering van de waterefficiëntie in 2030: een waterbesparing van ten minste tien procent Het gaat om een aanbeveling en geen juridisch bindend doel. Lidstaten mogen zelf bepalen hoe ze dit invullen.
Volgens de Europese Commissie ligt er vooral veel potentieel in het verminderen van waterverlies. In sommige Europese landen gaat een groot deel van het drinkwater verloren door lekkende leidingen. In delen van Italië, Bulgarije en Ierland bereikt zelfs meer dan de helft van het water nooit de kraan.
De Commissie wil daarom dat lidstaten hun drinkwaterinfrastructuur verbeteren en meer gebruikmaken van slimme watermeters en digitale monitoring. Daarmee kunnen waterbedrijven en gebruikers beter inzicht krijgen in waterstromen en waterverbruik.

Verschillen tussen Europese landen
Waterbeleid is in Europa grotendeels een nationale verantwoordelijkheid. Daardoor zijn er grote verschillen tussen lidstaten in watergebruik, infrastructuur en beschikbaarheid van zoet water.
In Nederland zijn drinkwaternetten relatief efficiënt. Het waterverlies door lekkages ligt hier aanzienlijk lager dan in veel andere Europese landen. Tegelijkertijd staat ook in Nederland de drinkwatervoorziening onder druk door bevolkingsgroei, economische ontwikkeling en klimaatverandering.
Drinkwaterbedrijven waarschuwen al langer dat de vraag naar drinkwater de komende decennia sterk kan toenemen, terwijl het steeds moeilijker wordt om nieuwe drinkwaterbronnen te vinden.
Besparen in alle sectoren
Volgens de Europese Commissie moeten alle sectoren bijdragen aan efficiënter watergebruik.
Voor huishoudens gaat het bijvoorbeeld om zuinigere apparaten, efficiëntere toiletten en douches en bewust watergebruik.
In de landbouw – verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het watergebruik in Europa – ziet de Commissie kansen in betere irrigatietechnieken, andere gewassen en minder intensieve teeltmethoden.
Ook industrieën die veel water gebruiken, zoals de productie van chips, batterijen en energie, zullen volgens Brussel efficiënter met water moeten omgaan en vaker water hergebruiken. Dat geldt ook voor datacenters, die water gebruiken voor koeling.
Meer aandacht voor waterkwaliteit
Naast waterbesparing richt de Europese strategie zich op het verbeteren van de waterkwaliteit. Verontreiniging van waterbronnen vormt volgens de Commissie een groeiend probleem.
Met name stoffen zoals PFAS, microplastics en nutriënten uit de landbouw zorgen voor toenemende druk op aquatische ecosystemen en drinkwaterbronnen.
Om de aanpak van PFAS te versnellen wil de Europese Commissie een publiek-privaat initiatief opzetten dat moet leiden tot nieuwe technologieën voor het detecteren en verwijderen van deze stoffen uit water. De gezondheidskosten van PFAS-vervuiling worden in Europa geschat op tientallen miljarden euro’s per jaar.
Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief
Water vasthouden als buffer tegen droogte
Een andere pijler van de strategie is het beter vasthouden van water in het landschap. Zo wil de Commissie dat regen- en smeltwater vaker worden opgeslagen om droge perioden te overbruggen.
Dat kan bijvoorbeeld door rivieren meer ruimte te geven, wetlands te herstellen of steden groener in te richten zodat regenwater beter in de bodem kan infiltreren.
Voor dergelijke projecten wil de Europese Commissie een zogenoemde “sponsfaciliteit” opzetten. Daarmee kunnen initiatieven worden gefinancierd die helpen om water langer vast te houden in de bodem en het landschap.
Kritiek op de strategie
Niet alle organisaties zijn enthousiast over de plannen. Sommige milieuorganisaties vinden dat de strategie te weinig concrete verplichtingen bevat. Zij vrezen dat vrijwillige doelen onvoldoende effect zullen hebben.
Ook vanuit de watersector klinkt kritiek. Zo stellen sommige organisaties dat de strategie meer nadruk zou moeten leggen op het voorkomen van vervuiling aan de bron, in plaats van vooral te investeren in technologie om vervuiling achteraf te verwijderen.
Investeringen nodig
Volgens de Europese Commissie is er in Europa een aanzienlijk investeringsgat in de watersector. Jaarlijks zou ongeveer 23 miljard euro extra nodig zijn om de Europese watersystemen toekomstbestendig te maken.
De Europese Investeringsbank wil daarom tussen 2025 en 2027 meer dan 15 miljard euro investeren in projecten die bijdragen aan waterbeheer, waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid.
3