Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) kunnen enorm schadelijk zijn voor het milieu en de volksgezondheid. Daarom is het doel van nationaal en internationaal beleid om deze stoffen zo veel mogelijk te weren uit onze leefomgeving. De belangrijkste aandachtspunten over deze stoffen op een rij.

Zeer zorgwekkende stoffen ZZS

Wat zijn Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)?

Zeer Zorgwekkende Stoffen zijn stoffen die een groot risico kunnen vormen voor de gezondheid van mens en milieu. In de meeste gevallen gaat het om chemische stoffen, zoals benzeen, lood of vinylchloride. Deze worden voornamelijk toegepast in producten zoals verf, lijm, cosmetica en bouwmaterialen of in productieprocessen zoals de metaalbewerking.

REACH

Criteria voor ZZS zijn vastgelegd in een Europese verordening over productie van en handel in chemische stoffen, genaamd REACH (Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen).

ZZS-criteria

Stoffen worden als zeer zorgwekkend beschouwd als ze:

  • kankerverwekkend zijn,
  • giftig zijn voor de voortplanting,
  • hormoonverstorende eigenschappen hebben,
  • mutageen zijn (veroorzaakt door genetische manipulatie),
  • persistent (blijvend), bioaccumulerend (ophoping chemische stoffen) of giftig zijn,
  • zeer persistent of zeer bioaccumulerend zijn.

Wat zijn Potentiële Zeer zorgwekkende Stoffen?

Omdat niet van elke stof vaststaat of het ook daadwerkelijk schadelijk is, bestaat er ook een lijst met potentiële ZZS. Begin 2018 publiceerde het RIVM een nieuwe lijst met 327 Potentiële Zeer Zorgwekkende Stoffen, waarin onder andere GenX, dat wordt gebruikt door chemiebedrijf Chemours uit Dordrecht, is opgenomen.

Welke regelgeving is er op het gebied van ZZS?

Regels over het uitstoten van ZZS zijn vastgelegd in verschillende internationale verdragen en wetten, zoals de REACH verordening en het OSPAR verdrag. Hierin worden uiteenlopende lijsten gehanteerd van stoffen waarvan gebruik of uitstoot moet worden verminderd. Omdat de lijsten verschillen, heeft het RIVM ze vertaalt naar één Nederlandse lijst, vastgelegd in hoofdstuk 9 van de Wet Milieubeheer.

Vergunning nodig

Bedrijven die (potentiële) ZZS uitstoten of lozen, hebben een vergunning nodig. Deze wordt verleend door Rijkswaterstaat, de provincie en het waterschap. In het Activiteitenbesluit staat dat het bedrijf verplicht is om emissies van de stof(fen) naar lucht en water te voorkomen. Is voorkomen niet mogelijk, dan moet het bedrijf de uitstoot zo veel mogelijk beperken. Dit heet de minimalisatieverplichting.

De emissie van ZZS moet worden voorkomen of zo veel mogelijk worden beperkt

ZZS-navigator: aanpak volgens Ministerie van I&W

Hoe moet worden omgegaan met ZZS? Het Ministerie helpt het bevoegd gezag en bedrijven met de ZZS-navigator.

  • Bronaanpak: voorkomen dat ZZS in het milieu terechtkomen door ze te vervangen voor minder schadelijke stoffen of het aanpassen van processen.
  • Minimalisatie: als uitstoot niet 100 procent te voorkomen is, moet een bedrijf de emissie zo beperkt mogelijk houden. Die uitstoot wordt beoordeeld aan de hand van kwaliteitseisen voor lucht en water.
  • Continu verbeteren: een keer in de vijf jaar moeten bedrijven onderzoeken of ze hun schadelijk uitstoot verder kunnen verminderen of helemaal voorkomen.
  • Stimuleren innovatie en substitutie: vervanging van ZZS of bepaalde processen waardoor er helemaal geen ZZS meer vrijkomen.

Hoe zit het met ZZS en lozingen?

Specifieke wetgeving voor lozingen op water is vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water. Voor ZZS zijn de Algemene BeoordelingsMethodiek (ABM) en het Handboek Immissietoets van belang. Hierin staat wat bedrijven moeten doen om lozingen te voorkomen, minimaliseren of anderszins beperken.

Voor bronaanpak betekent het dat een bedrijf verplicht is te voorkomen dat gevaarlijke stoffen in het open water belanden. Bij minimalisatieaanpak kan het nog wel voorkomen dat er bepaalde stoffen in het oppervlaktewater terechtkomen. Het gaat hierbij officieel om een ‘minimale afvalwaterstroom met een minimale milieubelasting’.

Een immissietoets op de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater moet vervolgens bepalen of er nog verdere zuivering nodig is. Bedrijven zijn niet verplicht om die metingen zelf uit te voeren. Dit wordt gedaan door milieudiensten, waterschappen, Rijkswaterstaat en door drinkwaterbedrijven bij de innamepunten van oppervlaktewater. Bij te hoge concentraties verontreinigingen kan het zijn dat bedrijven nieuwe afvalwater- of luchtzuiveringstechnieken moeten inzetten of bepaalde activiteiten niet meer mogen uitvoeren.

Hoe zit het met ZZS en de drinkwatervoorziening?

Watervervuiling door ZZS heeft vooral betrekking op oppervlaktewaterwinning, de basis voor ruim een derde van de Nederlandse drinkwaterproductie. Grondwaterbedrijven ervaren (nog) vrijwel geen last van ZZS, omdat in veel gevallen tientallen meters dikke kleilagen de watervoorraden beschermen tegen verontreinigingen.

De discussie over lozingen is in een stroomversnelling gekomen

De discussie rond Zeer Zorgwekkende Stoffen kwam de afgelopen jaren in een stroomversnelling door een aantal incidenten. In Limburg zorgde een ZZS de afgelopen jaren voor vervuiling van drinkwaterbronnen. In 2015 moesten de Maaswaterbedrijven in Nederland de zuivering van Maaswater tijdelijk stilleggen omdat er te hoge concentraties pyrazool in het water zaten. De geloosde stof was afkomstig van het bedrijf Sitech, die het gebruikt voor de productie van genees- en bestrijdingsmiddelen. Dit leidde tot verscherpte regels voor het Limburgse bedrijf.

Overschrijding norm

Overschrijding van normen in het oppervlaktewater vormt volgens het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat niet direct een gevaar voor de volksgezondheid. Drinkwaterbedrijven kunnen immers tijdelijk overschakelen op andere bronnen of maatregelen treffen in de bedrijfsvoering. Hierdoor wordt het milieuprobleem aan de voorkant echter niet opgelost. Ook kan de zuivering duurder worden, omdat er geavanceerdere technieken nodig zijn om water van verontreiniging te ontdoen.

Hoe nu verder met ZZS?

De verontreinigen in Zuid-Holland en Limburg leidden tot verscherping van vergunningen voor respectievelijk Chemours en Sitech. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat benadrukt dat het uitgangspunt bij het verstrekken van vergunningen voor ZZS nog altijd is dat concentraties verontreinigde stoffen in innamewater zo laag mogelijk moet zijn, waar mogelijk geen. Volgens onderzoeksinstituut KWR is de belangrijkste vervolgstap om bedrijven meer verantwoordelijkheden op te leggen en daarop strenger toezicht te houden. Zo kan het nog voorkomen dat chemiebedrijven door snelle innovatie nieuwe stoffen gaan gebruiken waar in de verleende vergunning niks over is afgesproken.

Deel dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *