Omgevingswet: nieuwe kansen om oppervlaktewater te beschermen

De kwaliteit van het oppervlaktewater als bron voor drinkwaterproductie staat onder druk. Vanaf 2021, als de Omgevingswet van kracht wordt, zijn gemeenten aan zet om daar samen met drinkwaterbedrijven wat aan te doen.

Zorgen voor voldoende oppervlaktewater van goede kwaliteit is een van de aandachtspunten die de drinkwatersector heeft opgenomen in het Handboek Omgevingswet. Dit handboek vormt voor gemeenten een belangrijke checklist bij het opstellen van een omgevingsvisie en omgevingsplan. Aandachtspunten op het gebied van oppervlaktewater zijn:

  • Met welke maatregelen worden de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water gehaald?
  • Hoe krijgt de bescherming van oppervlaktewater vorm in gebieden met een drinkwaterfunctie?
  • Welke stoffen worden in welke hoeveelheden geloosd bij milieubelastende activiteiten of lozingsactiviteiten?
  • Welke procedure geldt bij lozingen, wie doet metingen en wie moet instemmen of alle lozingen onder de vergunningplicht vallen?
  • Welke maatwerk- en instructieregels gelden in welke gebieden voor bescherming van de openbare drinkwatervoorziening?
  • Welke eventuele omgevingswaarde voor opkomende stoffen, zoals medicijnen, is opgenomen?

De Omgevingswet moet erin voorzien dat lokale vergunningverleners, zoals Rijkswaterstaat en gemeenten, de drinkwaterbelangen in een vroeg stadium opnemen in een omgevingsvisie.

Lees meer over de raakvlakken tussen de Omgevingswet en drinkwater.

Rijn en Maas als belangrijkste bronnen

Het oppervlaktewater dat drinkwaterbedrijven innemen, is direct of indirect afkomstig uit de twee grootste rivieren die door ons land stromen, de Rijn en de Maas. Drinkwaterbedrijven die deze rivieren als bron gebruiken, werken samen in RIWA, de vereniging van rivierwaterbedrijven. Acht van de tien Nederlandse drinkwaterbedrijven zijn daarbij aangesloten: WML, Brabant Water, Evides en Dunea bij RIWA-Maas en Oasen, PWN, Waternet en Vitens bij RIWA-Rijn. Beide RIWA’s werken elk nog samen met zusterverenigingen in andere landen van het stroomgebied.

Verbetering waterkwaliteit

RIWA ontstond halverwege vorige eeuw toen in de Rijn op grote schaal verontreinigingen werden aangetroffen, zegt Gerard Stroomberg, directeur van RIWA-Rijn. “De waterkwaliteit was bedroevend. In de Rijn zaten hoge concentraties chloride uit de kalimijnen, een pesticidegolf uit de landbouw en industrie en veel andere chemische stoffen. Er was nauwelijks regelgeving over gebruik van bestrijdingsmiddelen of afvalwaterlozingen. Met RIWA wilden we aandacht vragen voor verbetering van de waterkwaliteit en het belang daarvan voor de drinkwatervoorziening. Toen het belang van rivierwater als bron voor drinkwater verder begon te groeien, zijn ook RIWA-Maas en Schelde opgericht.”

‘Op sommige plekken is de verontreiniging zelfs hoger dan in 2000’

Nog altijd veel verontreiniging

Ondanks de samenwerking en strengere regelgeving sinds vorige eeuw, kampt zowel de Rijn als de Maas nog altijd met behoorlijke verontreiniging, zo blijkt uit de jaarrapporten die zowel RIWA-Rijn als RIWA-Maas onlangs publiceerde. In beide rivieren worden hoge concentraties medicijnresten, industriële stoffen en bestrijdingsmiddelen aangetroffen. Ook de concentraties chloride nemen toe door oprukkend zeewater. Stroomberg: “We hebben op vijf plekken in de Rijn in Nederland de waterkwaliteit gemeten. Op sommige plekken is de verontreiniging zelfs hoger dan in 2000, toen de Europese Kaderrichtlijn water in het leven werd geroepen. Terwijl die richtlijn juist moet zorgen voor verbetering van de waterkwaliteit.”

Nieuwe stoffen

Volgens Stroomberg is de slechte staat onder meer te wijten aan de grote hoeveelheid stoffen die vanuit industrieel afvalwater in de Rijn belandt. “De stoffen die rond 2000 werden waargenomen, zijn weliswaar verdwenen, maar daar zijn veel nieuwe stoffen voor in de plaats gekomen. Daardoor is er netto meer verontreiniging. Op het gebied van bestrijdingsmiddelen is er in de Rijn wel sprake van een reductie, zowel van het aantal verschillende stoffen als de totale hoeveelheid. Daarnaast treffen we veel geneesmiddelen aan in het water, afkomstig uit de afvalwaterzuivering in stedelijk gebied.”

Hoe ingewikkelder de zuivering, hoe hoger de prijs voor drinkwater

Innamestops en intensieve zuivering

Slechte waterkwaliteit van rivieren heeft ook gevolgen voor de drinkwaterproductie. Wanneer concentraties verontreinigingen blijven toenemen, moet het zuiveringsniveau omhoog. En hoe ingewikkelder de zuivering, hoe hoger de prijs voor drinkwater. Soms zijn de concentraties verontreinigingen zelfs zo groot, dat een drinkwaterbedrijf een tijdelijke innamestop moet invoeren. Stroomberg: “In dat geval wordt een paar dagen gebruik gemaakt van reservevoorraden, bijvoorbeeld in de duinen. Zodra de pluim met verontreiniging is gepasseerd, kunnen we weer terug naar de ‘normale’ bron. Maar bij permanente vervuiling moet de zuivering worden aangepast.”

Drinkwater onder druk

Hoewel in de Maas wel sprake is van verbetering van de waterkwaliteit, staat ook bij die rivier de functie van de bron voor de drinkwaterproductie onder druk, blijkt uit het rapport van RIWA-Maas. Dat is met name het geval tijdens droge perioden. Wanneer een rivier namelijk weinig water afvoert, nemen de concentraties verontreinigingen verhoudingsgewijs toe. In het extreem droge jaar 2018 moesten drinkwaterbedrijven die gebruikmaken van Maaswater 46 keer hun inname stoppen door de slechte waterkwaliteit. Wanneer de droogte verder toeneemt, is de kans groot dat dat vaker gaat gebeuren. Tegelijkertijd zal de watervraag door toename van de bevolking, droogte en economische activiteiten verder stijgen.

Centrale registratie lozing

Maarten van der Ploeg, directeur van RIWA-Maas, wil dan ook dat er meer en intensiever wordt samengewerkt. Hij pleit onder meer voor internationale afspraken en een internationaal overzicht van wat de industrie in de rivier loost. Ook Stroomberg wil een betere informatievoorziening bij het tegengaan van verontreinigingen. “Het is nu nog veel te veel een zoekplaatje. Als een bedrijf in Karlsruhe een vergunningsaanvraag doet, moeten we helemaal daar naartoe om inzage te krijgen in wat ze willen gaan lozen. Een deel van de informatie wordt vervolgens niet vrijgegeven in het kader van bedrijfsgeheimen. Een centraal gedigitaliseerd register biedt veel meer transparantie en scheelt een hoop onnodig werk.”

Rol van Omgevingswet

Of de komst van de Omgevingswet gaat bijdragen aan verbetering van de waterkwaliteit zal moeten blijken, zegt Van der Ploeg tot slot. “Drinkwaterbedrijven die Maaswater gebruiken, maken zich zorgen of hun belang voldoende zal worden meegenomen in alle visies en plannen van de vooral bovenstrooms gelegen provincies en gemeenten. In het Maasstroomgebied zijn straks 38 gemeenten, 6 waterschappen en 4 provincies ‘bevoegd gezag’ voor vergunningen en ruimtelijke keuzen. Dan is het van groot belang dat iedereen in het stroomgebied scherp op het netvlies heeft dat de Maas een belangrijke bron voor drinkwater is en dat dat belang op alle niveaus gewaarborgd wordt. Nu is het verankeren van die belangen lang niet altijd vanzelfsprekend. Hopelijk brengt de Omgevingswet daar verandering in.”

Deel dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *