De Kaderrichtlijn Water (KRW)

Verontreiniging uit de landbouw, industrie en huishoudens zorgt ervoor dat de bronnen voor drinkwater steeds meer onder druk komen te staan. In die discussie gaat het vaak over de doelen in de Kaderrichtlijn Water (KRW). In 2027 moet Nederland voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water, een doel dat vrijwel zeker onhaalbaar is volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Waar gaat de Kaderrichtlijn precies over? In dit verhaal leggen we dat uit.

Volg de laatste ontwikkelingen via onze LinkedIn pagina.

  1. Waarom horen we steeds vaker over de KRW?

De Europese Kaderrichtlijn water moet de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater waarborgen. Daaraan zijn doelstellingen gekoppeld die in 2027 moeten worden gehaald. En zoals het er nu naar uitziet gaat Nederland die doelen niet halen en dat is een risico voor de drinkwaterbronnen. Dat komt doordat verontreinigingen uit de landbouw, industrie en huishoudens ervoor zorgen dat de kwaliteit van drinkwaterbronnen eerder slechter wordt dan beter.

Volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat haalt Nederland die deadline in 2027 niet. Zelfs met de extra inspanningen die Nederland nu inzet, zal het op 20 december 2027 niet aan de verplichtingen van de Kaderrichtlijn Water voldoen, aldus minister Vincent Karremans (Infrastructuur en Water) in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Nederland zal doelen niet 100% halen’

Op dit moment voldoet Nederland voor 83 procent aan de doelen van de KRW, en dat percentage zal richting einddatum, 20 december 2027, nog groeien, maar het zal niet op 100 procent uitkomen. Karremans verwacht dat geen enkele lidstaat die doelstellingen volledig zal halen.

Nederland zal zich daarom beroepen op de ‘legitieme uitzonderingen’ die de KRW biedt, aldus het ministerie. Door daarnaast volop in te zetten op het verbeteren van de waterkwaliteit probeert Karremans het risico op Europese bezwaren en nationale rechtszaken zoveel mogelijk te beperken.

Advies Rli

De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLi) waarschuwde eerder al dat Nederland de KRW-doelen voor 2027 niet zou halen. In april 2026 leit Rli weten dat ‘een robuuste toekomstige watervoorziening nu vraagt om actief en breed ingrijpen’. Dat is de kern van het het Rli-advies ‘Zorg voor water: de toekomst van ons drinkwater als gezamenlijke opgave’.

‘Het treffen van maatregelen om ook in de toekomst een betrouwbare drinkwatervoorziening te hebben, wordt naar verwachting snel urgenter’, valt te lezen in het advies. ‘Klimaatverandering en verslechtering van de waterkwaliteit spelen hierbij een rol. De vraag naar zoetwater wordt groter.’ De raad doet in het advies concrete aanbevelingen aan het kabinet voor een toekomstbestendige drinkwatervoorziening met een blik gericht op het einde van deze eeuw. Deze aanbevelingen raken niet alleen de drinkwatersector, maar ook het rijksbeleid en de inzet van provincies, waterschappen en gemeenten.

Eerder adviseerde de Raad al het volgende: 

  • Zorg voor een betere doorwerking van de KRW op alle relevante beleidsterreinen en tref hiervoor verplichtende maatregelen;
  • Reserveer voldoende fysieke ruimte voor drinkwaterwinning;
  • Verminder de nutriëntenconcentratie in grond- en oppervlaktewater;
  • Laat de KRW-doelen doorwerken in de wetgeving voor bestrijdingsmiddelen, prioritaire stoffen, medicijnresten etc.

Een van de belangrijkste uitdagingen is het terugdringen van verontreiniging uit de landbouw, zoals meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Daar zijn de laatste jaren flinke stappen in gezet, maar nog niet overal voldoen de maatregelen of worden de voorschriften even goed nageleefd.

Chemische stoffen zoals GenX, microplastics en medicijnresten vormen belangrijke uitdagingen als het gaat om oppervlaktewater. Klimaatverandering speelt daarbij een rol: in droge tijden zorgt een lagere afvoer van rivierwater verhoudingsgewijs voor hogere concentraties verontreinigingen. Wel verbetert de waterkwaliteit in brede zin langzaam doordat nieuwe stoffen sneller in beeld komen dankzij verbeterde meettechnieken.

2. Wat is de Kaderrichtlijn Water nu precies?

De Kaderrichtlijn Water is een richtlijn die de kwaliteit van oppervlaktewater (rivieren, kustwater en meren) en grondwater binnen EU-lidstaten (en Zwitserland) moet waarborgen. De KRW is, na afstemming tussen lidstaten, opgesteld door de Europese Commissie en geldt sinds 2000.

De belangrijkste reden voor de introductie was de wens voor een gezamenlijke aanpak van verbetering van de waterkwaliteit van Europese wateren. Eind vorige eeuw was de waterkwaliteit op veel plekken onvoldoende en bovendien waren er verschillende incidenten die de waterkwaliteit ernstig bedreigden, zoals een brand bij het Zwitserse Sandoz die een grote verontreiniging in de Rijn veroorzaakte met bestrijdingsmiddelen en kwikverbindingen.

Door de integratie van verschillende Europese waterkwaliteitsrichtlijnen spreekt Europa ‘één taal’ op het gebied van watervraagstukken en kunnen grensoverschrijdende waterproblemen gemeenschappelijk worden aangepakt.

3. Wat staat er in de KRW?

In de KRW staan verschillende kwaliteitseisen voor oppervlaktewater en grondwater. De kwaliteit moet zodanig zijn dat er met zo min mogelijk zuivering drinkwater van gemaakt kan worden. Er zijn onder meer normen voor het zuurstofgehalte van water en het maximale gehalte chemische stoffen en metalen. Daarnaast heeft ook het behoud van ecologie, zoals de aanwezigheid van bepaalde planten- en vissensoorten, een prominente plek binnen de KRW.

De KRW bestaat niet uit vastomlijnde voorschriften: lidstaten mogen zelf bepalen welke maatregelen ze nemen om de KRW-doelstellingen te halen. Wel moeten landen elke zes jaar verplicht aan de Europese Commissie rapporteren hoe het is gesteld met de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater en welke maatregelen worden genomen als nog niet is voldaan aan bepaalde doelen.

De kwaliteit moet zodanig zijn dat er met zo min mogelijk zuivering drinkwater van kan worden gemaakt

4. Hoe ziet de KRW eruit voor Nederland?

De Europese richtlijnen worden door Nederland via de zogeheten ‘Implementatiewet EG-Kaderrichtlijn water’ vertaald naar landelijke kaders. Het Nederlandse KRW-beleid valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Op landelijk niveau zorgt Rijkswaterstaat voor de uitvoering van KRW-maatregelen in rivieren, rijksmeren (IJsselmeergebied) en kustwater. Dit gebeurt onder meer door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en nevengeulen. Ook is Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor de kwaliteitsmonitoring van die wateren.

Op regionaal niveau vindt via Regionaal Ambtelijke Overleggen (RAO’s) en Regionaal Bestuurlijke Overleggen (RBO’s) samenwerking plaats tussen Rijk, de Provincie, waterschappen, gemeenten en soms de drinkwaterbedrijven. Hierin wordt onder andere de aanpak bepaald om uitstoot van schadelijke stoffen van landbouw en industrie naar oppervlakte- en grondwater te beperken. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor analyses en rapportages van de kwaliteit van grondwater, de Provincies voor die van oppervlaktewater.

Daarnaast kent Nederland zogeheten Stroomgebiedbeheerplannen, waarin per hoofdstroomgebied van een rivier afzonderlijke plannen staan voor verbetering of behoud van de waterkwaliteit. Nederland kent vier hoofdstroomgebieden: De Rijn, Schelde, Maas en Eems. De nationale stroomgebiedbeheerplannen moeten binnen het internationale stroomgebied worden afgestemd.

Lees verder onder de afbeelding

Ontvang 1x per maand updates over wetgeving rond drinkwater via onze nieuwsbrief:

5. Voor wie geldt de Kaderrichtlijn Water?

Bij de uitwerking van de KRW zijn vrijwel alle partijen betrokken die te maken hebben met water: het Rijk, regionale overheden, waterschappen, drinkwaterbedrijven en stakeholders zoals de agrarische sector, industrie, scheepvaart, visserij, natuurpartijen. Deze partijen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteitswaarborging van grond- en oppervlaktewater.

Wanneer de Europese Commissie kwaliteitsbeheerplannen en de uitvoering van een lidstaat als onvoldoende beoordeelt en daar niet adequaat op wordt gereageerd, kan het Europese Hof een land veroordelen, wat weer kan leiden tot een boete. Vervolgens is het aan de landelijke overheid om te bepalen in hoeverre regionale partijen (mede)aansprakelijk zijn en dus aan de boete moeten meebetalen.

In de KRW staat dat lidstaten eind 2015 al aan een groot deel van de vereisten zouden moeten voldoen, met een mogelijke uitstel van twee termijnen van zes jaar. Aangezien veel landen, waaronder ook Nederland, daar niet in slaagden, ligt de doelstelling voor het behalen van de KRW-doelen nu op 2027.

De doelstelling voor het behalen van de KRW-doelen ligt nu op 2027

6. Welke rol speelt de drinkwatersector bij de uitvoering van de KRW?

Drinkwaterbedrijven zijn in sterke mate afhankelijk van de uitvoering van de KRW. Hoe beter de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, hoe eenvoudiger de zuivering en hoe lager de gezondheidsrisico’s en uiteindelijk de kostprijs van kraanwater. De drinkwatersector is dan ook nauw betrokken bij de ontwikkelingen op verschillende niveaus.

Tussen de landelijke overheid en de drinkwatersector vindt intensieve afstemming plaats over de uitvoering van de KRW. Zo schuift Vewin (de Vereniging van drinkwaterbedrijven in Nederland) aan bij nationaal overleg, waar besluiten over de concrete aanpak worden genomen en ontwerp-stroomgebiedbeheerplannen worden opgesteld. Daarnaast zijn drinkwaterbedrijven vertegenwoordigd in regionaal overleg en zijn er regelmatig KRW-thema-overleggen met de sector.

Drinkwaterbedrijven zijn in sterke mate afhankelijk van de uitvoering van de KRW

Wet- en regelgeving

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *