Zes vragen over de Kaderrichtlijn Water (KRW)

Drinkwaterbedrijven maken voor de productie van drinkwater gebruik van grond- en oppervlaktewater. Om de kwaliteit van deze bronnen te waarborgen, gelden er Europese richtlijnen, verpakt in de Kaderrichtlijn Water (KRW). Welke richtlijnen zijn dat, voor wie gelden ze en wat gebeurt er als ze niet worden opgevolgd?

Kaderrichtlijn Water KRW

Wat is de Kaderrichtlijn Water?

De Kaderrichtlijn Water is een richtlijn die de kwaliteit van oppervlaktewater (rivieren, kustwater en meren) en grondwater binnen EU-lidstaten (en Zwitserland) moet waarborgen. De KRW is, na afstemming tussen lidstaten, opgesteld door de Europese Commissie en geldt sinds 2000.

De belangrijkste reden voor de introductie was de wens voor een gezamenlijke aanpak van verbetering van de waterkwaliteit van Europese wateren. Eind vorige eeuw was de waterkwaliteit op veel plekken onvoldoende en bovendien waren er verschillende incidenten die de waterkwaliteit ernstig bedreigden, zoals een brand bij het Zwitserse Sandoz die een grote verontreiniging in de Rijn veroorzaakte met bestrijdingsmiddelen en kwikverbindingen.

Door de integratie van verschillende Europese waterkwaliteitsrichtlijnen spreekt Europa ‘één taal’ op het gebied van watervraagstukken en kunnen grensoverschrijdende waterproblemen gemeenschappelijk worden aangepakt.

Wat staat er in de KRW?

In de KRW staan verschillende kwaliteitseisen voor oppervlaktewater en grondwater. De kwaliteit moet zodanig zijn dat er met zo min mogelijk zuivering drinkwater van gemaakt kan worden. Er zijn onder meer normen voor het zuurstofgehalte van water en het maximale gehalte chemische stoffen en metalen. Daarnaast heeft ook het behoud van ecologie, zoals de aanwezigheid van bepaalde planten- en vissensoorten, een prominente plek binnen de KRW.

De KRW bestaat niet uit vastomlijnde voorschriften: lidstaten mogen zelf bepalen welke maatregelen ze nemen om de KRW-doelstellingen te halen. Wel moeten landen elke zes jaar verplicht aan de Europese Commissie rapporteren hoe het is gesteld met de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater en welke maatregelen worden genomen als nog niet is voldaan aan bepaalde doelen.

De kwaliteit moet zodanig zijn dat er met zo min mogelijk zuivering drinkwater van kan worden gemaakt

Hoe ziet de KRW eruit voor Nederland?

De Europese richtlijnen worden door Nederland via de zogeheten ‘Implementatiewet EG-Kaderrichtlijn water’ vertaald naar landelijke kaders. Het Nederlandse KRW-beleid valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Op landelijk niveau zorgt Rijkswaterstaat voor de uitvoering van KRW-maatregelen in rivieren, rijksmeren (IJsselmeergebied) en kustwater. Dit gebeurt onder meer door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en nevengeulen. Ook is Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor de kwaliteitsmonitoring van die wateren.

Op regionaal niveau vindt via Regionaal Ambtelijke Overleggen (RAO’s) en Regionaal Bestuurlijke Overleggen (RBO’s) samenwerking plaats tussen Rijk, de Provincie, waterschappen, gemeenten en soms de drinkwaterbedrijven. Hierin wordt onder andere de aanpak bepaald om uitstoot van schadelijke stoffen van landbouw en industrie naar oppervlakte- en grondwater te beperken. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor analyses en rapportages van de kwaliteit van grondwater, de Provincies voor die van oppervlaktewater.

Daarnaast kent Nederland zogeheten Stroomgebiedbeheerplannen, waarin per hoofdstroomgebied van een rivier afzonderlijke plannen staan voor verbetering of behoud van de waterkwaliteit. Nederland kent vier hoofdstroomgebieden: De Rijn, Schelde, Maas en Eems. De nationale stroomgebiedbeheerplannen moeten binnen het internationale stroomgebied worden afgestemd.

Voor wie geldt de Kaderrichtlijn Water?

Bij de uitwerking van de KRW zijn vrijwel alle partijen betrokken die te maken hebben met water: het Rijk, regionale overheden, waterschappen, drinkwaterbedrijven en stakeholders zoals de agrarische sector, industrie, scheepvaart, visserij, natuurpartijen. Deze partijen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteitswaarborging van grond- en oppervlaktewater.

Wanneer de Europese Commissie kwaliteitsbeheerplannen en de uitvoering van een lidstaat als onvoldoende beoordeelt en daar niet adequaat op wordt gereageerd, kan het Europese Hof een land veroordelen, wat weer kan leiden tot een boete. Vervolgens is het aan de landelijke overheid om te bepalen in hoeverre regionale partijen (mede)aansprakelijk zijn en dus aan de boete moeten meebetalen.

In de KRW staat dat lidstaten eind 2015 al aan een groot deel van de vereisten zouden moeten voldoen, met een mogelijke uitstel van twee termijnen van zes jaar. Aangezien veel landen, waaronder ook Nederland, daar niet in slaagden, ligt de doelstelling voor het behalen van de KRW-doelen nu op 2027.

De doelstelling voor het behalen van de KRW-doelen ligt nu op 2027

Welke rol speelt de drinkwatersector bij de uitvoering van de KRW?

Drinkwaterbedrijven zijn in sterke mate afhankelijk van de uitvoering van de KRW. Hoe beter de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, hoe eenvoudiger de zuivering en hoe lager de gezondheidsrisico’s en uiteindelijk de kostprijs van kraanwater. De drinkwatersector is dan ook nauw betrokken bij de ontwikkelingen op verschillende niveaus.

Tussen de landelijke overheid en de drinkwatersector vindt intensieve afstemming plaats over de uitvoering van de KRW. Zo schuift Vewin (de Vereniging van drinkwaterbedrijven in Nederland) aan bij nationaal overleg, waar besluiten over de concrete aanpak worden genomen en ontwerp-stroomgebiedbeheerplannen worden opgesteld. Daarnaast zijn drinkwaterbedrijven vertegenwoordigd in regionaal overleg en zijn er regelmatig KRW-thema-overleggen met de sector.

Drinkwaterbedrijven zijn in sterke mate afhankelijk van de uitvoering van de KRW

Wat zijn de komende jaren de belangrijkste uitdagingen bij de KRW?

Uit de laatste EU-rapportage over de voortgang van de KRW eind 2012 bleek dat slechts 52 procent van de Europese wateren (104.000 rivieren, 19.000 meren en 4.000 kustwaterlichamen) aan de normen voldeed. Ook in Nederland is het grond- en oppervlaktewater op verschillende plekken nog niet van de gewenste kwaliteit.

Een van de belangrijkste uitdagingen is het terugdringen van verontreiniging uit de landbouw, zoals meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Daar zijn de laatste jaren flinke stappen in gezet, maar nog niet overal voldoen de maatregelen of worden de voorschriften even goed nageleefd.

Chemische stoffen zoals GenX, microplastics en medicijnresten vormen belangrijke uitdagingen als het gaat om oppervlaktewater. Klimaatverandering speelt daarbij een rol: in droge tijden zorgt een lagere afvoer van rivierwater verhoudingsgewijs voor hogere concentraties verontreinigingen. Wel verbetert de waterkwaliteit in brede zin langzaam doordat nieuwe stoffen sneller in beeld komen dankzij verbeterde meettechnieken.

Deel dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *