Voldoende drinkwater in de toekomst: zo werken WML en provincie Limburg samen

Elke provincie staat voor de opgave om te zorgen voor voldoende en schone bronnen voor de productie van drinkwater. In Limburg werkt de provincie hierbij nauw samen met drinkwaterbedrijf WML. Voor de komende jaren is de drinkwatervoorziening geborgd, maar na 2030 zijn er uitdagingen. Door nauw samen te werken en al vroeg de haalbaarheid en mogelijkheden van toekomstige bronnen in beeld te brengen, zorgen WML en de provincie dat de drinkwatervoorziening voor de lange termijn is geborgd. Wat zijn de belangrijkste lessen van de samenwerking?

Volg de laatste ontwikkelingen via onze LinkedIn pagina.

In het kort:

  1. Alle drinkwaterbedrijven hebben vóór 2030 extra productiecapaciteit nodig.
  2. Limburg heeft voorlopig voldoende vergunningsruimte voor uitbreiding, maar na 2030 nemen drinkwatervraag, klimaatdruk en waterkwaliteitsproblemen toe.
  3. Daarom onderzoekt WML in nauwe samenwerking met de provincie de haalbaarheid van nieuwe grondwater-, oppervlaktewater- en buitenlandse waterbronnen.
  4. De 4 belangrijkste lessen: zorg voor goede communicatie, zie het als gezamenlijke opgave, blijf investeren in samenwerking, wees duidelijk over wat wel en niet kan.

Drinkwatervraag stijgt, extra productiecapaciteit noodzaak

Door toename van de bevolking, nieuwe woningen en economische groei stijgt de vraag naar drinkwater. Alle tien drinkwaterbedrijven in Nederland hebben vóór 2030 extra productiecapaciteit nodig, in een aantal gevallen nu al of op zeer korte termijn. Het is onzeker of dit tijdig lukt. Drinkwaterbedrijven lopen tegen steeds meer juridische en bestuurlijke belemmeringen aan bij de vergunningverlening.

Aerial,drone,view,of,dum,weir,engineering,construction,on,river
Stuw- en sluiscomplex Belfeld in de Maas.

De stuw is in de eerste plaats gebouwd voor de scheepvaart, maar daarnaast vervult de Maasstuw in tijden van droogte een belangrijke rol als zoetwaterbuffer.

Landelijk Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030

In een studie bracht het RIVM in 2023 naar voren wat de knelpunten voor de drinkwatervoorziening voor de korte termijn zijn. Het leidde tot het Landelijk Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030. Dit programma moet een dreigend tekort aan drinkwater voorkomen, onder meer door snellere vergunningsprocedures en betere kennisdeling. 

Regionale invulling van Landelijk Actieprogramma

In elke provincie geven betrokken partijen dit Actieprogramma een regionale invulling. In Limburg is dit vastgelegd in het Limburgs Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen. Volgens Willem van Pol van drinkwaterbedrijf WML zijn de vooruitzichten in de provincie tot 2030 relatief gunstig. “We beschikken over voldoende vergunningsruimte. Dat maakt het makkelijker mogelijk om reserves te operationaliseren als dat nodig is. We hoeven dan meestal niet een omgevingstraject in. Daarbij komt dat de vraag naar drinkwater de komende jaren beperkt zal groeien, omdat de bevolking in de provincie gestaag toeneemt.”

7 benodigde acties tot 2030

WML heeft samen met de provincie een zevental acties geformuleerd die nodig zijn om de drinkwatervoorziening op orde te houden, zegt Van Pol. “Op sommige locaties is uitbreiding van de wincapaciteit nodig. Dat kunnen we realiseren door bijvoorbeeld een aantal winputten bij te boren. Op een andere plek hebben we een winning deels verplaatst om op een duurzame manier 3 miljoen kuub water per jaar extra te kunnen onttrekken. Dit soort ingrepen kunnen en mogen we zelf uitvoeren. Uiteraard hebben we wel regelmatig contact met de provincie over wat we doen en maken we een jaarlijkse voortgangsrapportage.”

Uitbreiding waterwingebied

Voor een aantal andere acties is meer afstemming met de provincie nodig, zegt Eric Castenmiller, beleidsmedewerker water bij de provincie Limburg. “Wanneer een winning buiten de huidige grenzen van een waterwingebied wordt geplaatst, dienen de grenzen van dat gebied te worden aangepast. Dit brengt beperkingen met zich mee voor activiteiten die daarbinnen komen te vallen. WML heeft percelen kunnen aankopen om meer water te onttrekken. Deze percelen dienen te worden opgenomen in de winvergunning. Hiervoor moet WML aantonen wat de impact van onttrekking is voor het omliggende gebied en welke mitigerende maatregelen ze kunnen nemen, zoals het infiltreren van water van elders.”

“Bij complexe zuivering, bijvoorbeeld voor het verwijderen van PFAS, verlies je zo’n 20 procent van je water”

Na 2030 meer uitdagingen

Als onderdeel van het Limburgs Actieprogramma kijken de partijen ook alvast naar de verdere toekomst. Waar de opgaven de komende jaren beperkt zijn, is dat daarna anders, stelt Castenmiller. “Na 2030 komen voor Limburg pas de grootste uitdagingen. Vanwege bevolkingstoename, economische groei en klimaatverandering zal de vraag naar drinkwater toenemen. Ook verslechtering van waterkwaliteit van de bronnen heeft invloed op de kwantiteit. Bij complexe zuivering, bijvoorbeeld voor het verwijderen van PFAS, verlies je zo’n 20 procent van je water. Hierdoor heb je meer water nodig voor een liter drinkwater.”

Lees verder onder de afbeelding

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Uitbreiding van bronnen

In de zoektocht naar toekomstige drinkwaterbronnen – die is vastgelegd in het Programma Limburgs Drinkwater – onderzoekt WML zowel uitbreiding van bestaande bronnen als aanvullende vergunningsruimte voor nieuwe bronnen. Van Pol: “We willen voorbereid zijn op de toekomst en handelingsperspectief creëren. We kijken niet alleen naar locaties waar we nu al grondwater onttrekken, maar ook naar aanvullende vergunningen voor grondwaterwinning in andere delen van Limburg. Daarnaast bekijken we de mogelijkheden van een nieuwe oppervlaktewaterwinning. We gebruiken nu water uit de Maas, maar we zouden ook uit zijrivieren, zoals de Roer, water kunnen innemen. Ook het inkopen van water uit België en Duitsland nemen we mee als opties.”

Eerste verkenning van opties

Hoewel de partijen samen optrekken in het Programma Limburgs Drinkwater, ligt het onderzoek in het beginstadium vooral bij WML, zegt Van Pol. “We zijn nu bezig met een eerste verkenning: wat is hydrologisch haalbaar en wat niet? Hierbij kijken we vooral naar de kwaliteit van bronnen, de hoeveelheid water die we kunnen onttrekken en ruimtelijke aspecten. Na de verkenning volgt in 2027 een verdieping. Hierbij bekijken we onder meer de impact van de waterwinning en gaan we keuzes voorbereiden en zullen we aanvullende hydrologische en omgevingsstudies doen. Uiteindelijk zullen hieruit onze voorkeuren naar voren komen die we voorleggen aan de provincie.”

Gevolgen van keuzes

Volgens Castenmiller kan de keuze voor een bron consequenties hebben voor andere functies en gebruikers. “Als WML ergens grondwater wil gaan onttrekken, zijn bijvoorbeeld bepaalde chemische bestrijdingsmiddelen en andere milieubelastende activiteiten niet meer toegestaan. In waterwingebieden mag zelfs geen woningbouw plaatsvinden. In sommige gebieden die WML verkent, leggen we nu al beperkingen op, bijvoorbeeld voor zware industrie. Maar die restricties wil je niet onnodig lang laten gelden, want er spelen ook economische belangen. Uiteindelijk kijken we naar het geheel van functies in een gebied, waarbij het drinkwaterbelang wel zwaarwegend is.”

“Voordat een productielocatie operationeel is, ben je zo tien jaar verder”

In gesprek met stakeholders

Al gedurende het onderzoekstraject gaat WML met andere stakeholders in gesprek. Van Pol: “We moeten bijvoorbeeld met grondeigenaren praten over de aankoop van grond of aanleg van leidingen. Gemeenten en de provincie spelen een rol in ruimtelijke trajecten, zoals de locatie van waterwinning. Dit moet worden meegenomen in het omgevingsplan. Als het gaat om oppervlaktewater zijn Rijkswaterstaat en het waterschap belangrijke stakeholders. Inname van water kan gevolgen hebben voor andere functies, zeker bij droogte. Vervolgens gaan we het traject in van vergunningen aanvragen. De drinkwatervoorziening daadwerkelijk realiseren is de laatste stap. Voordat een productielocatie operationeel is, ben je zo tien jaar verder. Het is dus nog een lang traject. Des te belangrijker dat we hier nu al vroeg mee zijn begonnen.”

4 lessen samenwerking WML en provincie Limburg

Wat zijn de belangrijkste lessen van de samenwerking tussen WML en de provincie Limburg bij het toekomstbestendig inrichten van de drinkwatervoorziening?

  1. Zorg voor goede communicatie met stakeholders

Goede communicatie is een van de belangrijkste aspecten in de samenwerking, zegt Van Pol. “Neem elkaar mee in alle ontwikkelingen en wees open over waar je tegenaan loopt. Ook communicatie richting andere partijen is van belang. Als je naar buiten brengt dat je een bepaald gebied gaat verkennen voor waterwinning, kan dat gevolgen hebben voor de omgeving. Je wilt niet dat partijen ergens door overvallen worden, dat levert een hoop onrust en vragen op. Het beste neem je de belangrijkste stakeholders mee in onze plannen voordat je iets naar buiten brengt.”

2. Zie het als gezamenlijke opgave

Het zorgen voor voldoende schoon drinkwater is niet alleen een taak van het drinkwaterbedrijf, maar van ons allemaal, zegt Castenmiller. “We zien het ook echt als een gezamenlijke opgave, waarbij we oog hebben voor elkaars rol en belangen. Wij begrijpen de urgentie van het drinkwatervraagstuk en WML snapt wat de gevolgen van keuzes zijn en dat we een integrale afweging moeten maken. Daarbij werken we ook weer nauw samen met andere partners. Alleen als we dit gezamenlijk oppakken komen we tot de beste en meest duurzame oplossingen.”

3. Blijf investeren in samenwerking

Hoe goed de samenwerking ook kan zijn, je moet blijven investeren in de relatie. Van Pol: “We weten dat de provincie politiek gestuurd is en na verkiezingen de koers en focus kan veranderen. Daarnaast kunnen mensen met wie je samenwerkt van baan veranderen of met pensioen gaan. Met nieuwe mensen bouw je weer een nieuwe relatie op en zorgen we ervoor dat een onderwerp als drinkwater hoog op de agenda blijft staan. Door opgaven rondom woningbouw en de energietransitie zullen we ook steeds meer op andere domeinen de samenwerking moeten gaan zoeken met de provincie.”

4. Wees duidelijk over wat wel en niet kan

Volgens Van Pol is duidelijkheid in het proces van groot belang. “Tijd is kostbaar. Daarom willen we al in een vroeg stadium weten wat we wel en niet verder gaan onderzoeken. Daarnaast hebben we behoefte aan duidelijkheid en zekerheid voor de langere termijn. Zeker als we de drinkwatervoorziening in de toekomst veilig willen stellen.”


Rolverdeling provincie en drinkwaterbedrijven:

  1. De provincie stelt het beleid vast, beschermt waterwingebieden en grondwaterbronnen via de Omgevingsverordening, en verleent de benodigde vergunningen.
  2. Het drinkwaterbedrijf is verantwoordelijk voor de productie en levering van voldoende schoon drinkwater binnen het voorzieningsgebied.

Hier lees je meer over de rolverdeling in de drinkwatervoorziening.

Winningen

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *