Waterberging-expert: ‘We moeten bufferen daar waar het valt’

Waterberging is belangrijk om schade van zowel droogte als overtollig water zoveel mogelijk te beperken. Hoewel waterberging op steeds meer plekken plaatsvindt, kunnen we water nog veel efficiënter bufferen. Watermanagementexpert Frans van de Ven vertelt hoe en waar hij mogelijkheden ziet.

waterberging
Frans van de Ven

Frans van de Ven is teamleider stedelijk waterbeheer en watermanagement bij Deltares. Hij is onder meer expert op het gebied van waterberging. Bovendien is hij associate professor stedelijk waterbeheer aan de fuculteit civiele techniek en geowetenschappen van de Technische Universiteit. (fotocredits: Michiel Wijnbergh)

 

Dit jaar moeten we in Nederland alle zeilen bijzetten om het water uit de lucht en rivieren buiten de deur te houden. De hoeveelheid water in Limburg was in juli zelfs zo groot, dat ook de retentiebekkens – die overtollig water tijdelijk moeten bergen – overstroomden. Waar een wateroverschot dit jaar voor overlast zorgt, was een gebrek aan water de afgelopen jaren juist de oorzaak van problemen.

“Door de droogte kampten we de afgelopen drie jaar met een dalend grondwaterpeil,” zegt Frans van de Ven, expert watermanagement bij Deltares. “Dat zorgde op veel plekken voor mislukte oogsten en schade aan de natuur. Daarnaast ontstond in de bebouwde omgeving houtrot aan paalfunderingen en bodemdaling, met name in veen- en kleigebieden.”

Belang goede waterberging

De recente wateroverlast en drie opeenvolgende droge jaren onderstrepen het belang van goede waterberging, zegt Van de Ven. “Waterberging heeft hoofdzakelijk twee functies. De eerste is de piekafvoer beperken. Door overtollig water tijdelijk te bergen, kun je het vervolgens gecontroleerd laten afvoeren.”

De andere functie is water vasthouden als buffer voor tijden van droogte, vervolgt Van de Ven. “Het opgeslagen water kan langzaam in de bodem infiltreren, zodat grondwatervoorraden kunnen herstellen. Ook kun je het opgevangen water inzetten voor beregening van gewassen. Iets wat tuinders in het Westland bijvoorbeeld doen.”

Water bergen waar het valt

Waterberging is het meest efficiënt op de plekken waar de regen valt, zegt Van de Ven. Dat kan volgens hem op vele manieren. “Denk aan bekkens, vijvers, sloten, grachten, maar ook aan de ondergrond. Die kun je kunstmatig aanleggen, maar ook creëren door ruimte te maken voor natte natuur.”

“In landbouwgebieden zorg je met stuwbeheer en het bergen van water in sloten dat water langzaam in de bodem kan zakken. Ook in stedelijk gebied liggen diverse mogelijkheden voor waterberging, zoals onder wegen, in wadi’s, watertanks bij woningen of tijdelijke opslag bovengronds, zoals het waterplein in Rotterdam.”

Lokaler denken, meer maatwerk

Ondanks de toenemende aandacht voor waterberging in Nederland vindt Van de Ven dat er nog slagen te maken zijn. “We moeten nog lokaler denken, zoals meer waterberging op landbouwkavels of op percelen van woningen en bedrijfsgebouwen. We kijken nu vooral naar groene daken en regentonnen, maar het is efficiënter om een stukje gazon te verlagen en daar overtollig water te bergen en te laten infiltreren.”

Daarnaast vraagt de heterogeniteit van de Nederlandse bodem om maatwerk. Van de Ven: “In moeilijk infiltreerbare ondergrond zoals klei moeten we zorgen dat we water wat langer bovengronds opslaan. Op hogere zandgronden, zoals in Oost-Nederland, moeten we juist zoeken naar oplossingen waarmee water sneller de bodem inloopt. Zo voorkom je dat het meteen uit het gebied wegstroomt.”

Agrariërs overtuigen van waterberging

Een van de uitdagingen is om particuliere grondbezitters te overtuigen ruimte te maken voor waterberging. Bijvoorbeeld eigenaren van landbouwgrond. Van de Ven: “Bij agrariërs is veel aarzeling. Dat is begrijpelijk. Als je een paar procent van je grond moet opgeven om een sloot te verbreden, heeft dat gevolgen voor je gewasopbrengst.”

Aan de andere kant, zegt Van de Van, kun je met goede waterberging rond een perceel droogteschade voorkomen. “Het mooiste is om maatregelen te combineren. Steeds meer agrariërs leggen bloemrijke akkerranden aan voor natuurontwikkeling. Als je dat soort stroken verlaagt, zet je ze tevens in als waterberging.”

Opvang in stedelijk gebied

Ook het bergen van water in de bebouwde omgeving is niet overal een eenvoudige opgave, vervolgt Van de Ven. “Zeker bestaande bouw aanpassen is lastig. Bij nieuwbouw is waterberging al iets eenvoudiger, daar kun je vanaf nul beginnen. Bijvoorbeeld een regenwatersysteem onder een woning of kantoorgebouw.”

Net als bij landbouwgrond heb je bij woningen en bedrijfsgebouwen te maken met de bereidheid van eigenaren, zegt Van de Ven. Subsidies voor waterbergende maatregelen kunnen volgens hem helpen, maar zijn niet oneindig beschikbaar. “Het is daarom belangrijk dat we de voordelen van waterberging zichtbaar maken, zoals minder droogteschade aan tuinen en openbaar groen, minder bodemdaling, besparing van drinkwater en hogere belevingswaarde van de omgeving door meer groen.”

Lees: 6 praktische tips voor een duurzame tuin

Technologie en dynamisch peilbeheer

Van de Ven ziet bij efficiënte waterberging ook een rol weggelegd voor technologie. “Onze waterhuishouding is nog tamelijk dom. We baseren veel op menselijke waarnemingen en bedienen veel stuwen handmatig. We moeten meer inzetten op het slimmer maken van ons watersysteem. Denk aan het automatisch koppelen van stuw- en peilbeheer aan weermodellen. Zodra een regenbui op komst is, loopt het aanwezige water weg, zodat er ruimte vrijkomt voor nieuwe berging.”

Met een goed regelbaar systeem begin je droge periodes met een vol en natte periodes met een vrijwel leeg systeem, zegt Van de Ven. Hiervoor moet wel meer ruimte komen in ons peilbeheer. “We werken nu vaak met een vast waterpeil voor de zomer en winter. De huidige uitdagingen vragen om meer flexibiliteit. Met dynamisch peilbeheer kun je het waterpeil meer afstemmen op de weers- en bodemomstandigheden in een gebied.”

Waterberging beperkt overlast

Toch zijn ook met goede waterberging niet alle problemen te voorkomen, erkent Van de Ven. “Elke waterberging heeft grenzen. Op een gegeven moment zitten retentiebekkens gewoon vol, dan lopen ze over. Daarom moeten we ook inzetten op het minimaliseren van schade als het eenmaal misgaat tijdens zeer extreem weer.”

Bijvoorbeeld door kritieke infrastructuur op een veilige locatie te zetten. Van de Ven: “De ontruiming van het ziekenhuis van Venlo bij hoogwater laat zien dat niet elk gebouw op een logische plek staat. Minder kritieke infrastructuur, zoals woningen, kunnen we zo inrichten dat ze tijdelijk onder water kunnen lopen, zonder al te veel schade. We zijn nu eenmaal kwetsbaar, maar kunnen die kwetsbaarheid wel nog meer beperken.”

Deel dit bericht

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *