Warmtenetten: een risico voor drinkwaterleidingen?

Warmtenetten spelen een belangrijke rol in de energietransitie. Tegelijkertijd brengen ze door opwarming van de bodem risico’s met zich mee voor drinkwater in het leidingnet. Daarom is het belangrijk dat de ontwikkeling in nauwe samenwerking tussen drinkwaterbedrijven, energiebedrijven en gemeenten plaatsvindt.

warmtenetten

Foto: aanleg warmtenet Amsterdam, www.hollandfoto.net / Shutterstock.com

Net als bovengronds wordt het in de ondergrond steeds warmer. Een van de oorzaken daarvan is het toenemend aantal warmtenetten. Door de energietransitie maken steeds meer gasleidingen plaats voor leidingen die warm water aanvoeren naar huishoudens. Met een duurzame bron bespaart een warmtenet zo’n 50 tot 70 procent aan CO2-uitstoot ten opzichte van een cv-ketel op gas.

Ontwikkeling warmtenetten

De eerste warmtenetten werden in de jaren negentig in de grond gelegd, zegt Peter Horst, leidingnetbeheerder bij het Noord-Hollandse drinkwaterbedrijf PWN. “Deze vorm van warmtedistributie kennen we ook wel als stadsverwarming. Veel nieuwbouwwijken werden eind vorige eeuw voorzien van stadsverwarming. Daarna stagneerde de ontwikkeling een beetje, tot rond 2013 de energietransitie op gang kwam.”

Duurzame warmtebron

In de energietransitie zien gemeenten en provincies warmtenetten als een interessante duurzame warmtebron. Momenteel zijn bijna een half miljoen huishoudens in Nederland aangesloten op een warmtenet. De komende tien jaar komen daar naar verwachting jaarlijks tussen de 30.000 en 80.000 woningen bij. Horst: “In Noord-Holland is de huisvuilcentrale in Alkmaar een belangrijke warmtebron. Daarnaast wordt de restwarmte van enkele datacenters gebruikt en wordt in Zaanstad warmte opgewekt met biomassa.”

‘Warmtenetten kunnen wel tot 90 graden opwarmen’

Opwarming ondergrond

Ondanks de duurzame kant hebben warmtenetten ook nadelen. Ze zorgen namelijk voor opwarming van de ondergrond. En dat heeft nadelige effecten op het drinkwater in het leidingnet, zegt Horst. “Warmtenetten kunnen wel tot 90 graden opwarmen. Ondanks dat de leidingen goed geïsoleerd zijn, stralen ze warmte uit naar de bodem. Daardoor kunnen ook onze drinkwaterleidingen opwarmen en daarmee het drinkwater ín de leidingen.”

Risico’s opwarming leidingen

En dat is erg onwenselijk, vervolgt Horst. “De temperatuur van het drinkwater mag in het leidingnet nooit boven de 25 graden zijn. Als water warmer wordt, ontstaat bacteriegroei, zoals legionella. Het komt nu al weleens voor dat drinkwater in de leiding boven de 25 graden is, maar door de ontwikkeling van warmtenetten zal het vaker voorkomen.”

Afstand tussen de leidingnetten

Om uitstraling van warmte te beperken, moeten het warmtenet en drinkwaternet zo ver mogelijk uit elkaar worden gelegd, zegt Horst. “Warmteleidingen zouden in de straat gelegd kunnen worden, naast de rioolleidingen. Drinkwaterleidingen bevinden zich meestal in de berm of het trottoir. Tussen de warmte- en drinkwaterleidingen zit in die situatie zo’n 1,5 meter. Dat is ook zo vastgelegd in de NEN7171, een norm met criteria voor infrastructuur in de ondergrond in de openbare ruimte.”

‘Het warmtenet en drinkwaternet moeten zo ver mogelijk uit elkaar worden gelegd’

Toenemende drukte

Met het vervangen van gasleidingen door warmtenetten wordt het ook nog eens twee keer zo druk in de ondergrond. Warmtenetten hebben vanwege hun ringsysteem namelijk twee leidingen: een voor de aanvoer van warm water en een retourleiding voor het gekoelde water. Horst: “Gas heeft maar een leiding nodig voor de afgifte. Bovendien zijn warmteleidingen dikker door de isolatie eromheen.”

Overleg en input data

PWN zit momenteel met energieleveranciers om tafel om te praten over goede randvoorwaarden voor de ontwikkeling van warmtenetten. Horst: “We hebben zelf een ‘tegel’ op de klimaatatlas geleverd met data over waar warme en minder warme straten liggen, zodat risicovolle plekken goed in beeld zijn. Maar we willen nog meer cijfers hebben, zoals data over waar de opwarming het grootst is. Met bijvoorbeeld slimme warmtemeters met temperatuursensoren kunnen we nog beter beoordelen waar precies de problemen zitten en harde cijfers overleggen.”

Regie en randvoorwaarden

Horst benadrukt dat drinkwaterbedrijven liever afspraken maken op landelijk niveau, zodat alles in een keer helder en goed geregeld is. “Het kost veel tijd om elke keer per project de spelregels af te stemmen met alle betrokkenen. We hebben vanuit het Rijk centrale randvoorwaarden nodig, waarbinnen we de rest lokaal kunnen invullen. Daarbij moet de gemeente de regierol op zich nemen. Krachtige sturing is noodzakelijk om ongewenste opwarming van drinkwater en een spaghettibrij aan leidingen in de ondergrond te voorkomen.”

‘Door hittestress is de bodem dicht bij het oppervlak erg warm, zeker in binnensteden’

Klimaatadaptieve maatregelen

Gemeenten spelen ook een belangrijke rol bij bovengrondse ontwikkelingen die van invloed zijn op opwarming van drinkwaterleidingen, zegt Horst. “Door hittestress is de bodem dicht bij het oppervlak erg warm, zeker in binnensteden. Onze leidingen worden dus niet alleen vanaf de zijkant opgewarmd door warmtenetten, maar ook vanaf de bovenkant door stijgende temperaturen. Met klimaatadaptieve maatregelen, zoals meer groen en schaduw in de openbare ruimte, beperk je niet alleen hittestress en wateroverlast in de stad, maar ook ondergrondse opwarming. Dan snijdt het mes dus aan meerdere kanten.”

Afweging maatschappelijke kosten

Ook het verdiepen of verleggen van drinkwaterleidingen is een optie, zegt Horst. Maar wel alleen als er echt geen andere opties meer zijn. “Leidingen dieper leggen is erg kostbaar. Maar uiteindelijk is het een afweging van maatschappelijke kosten. De klimaatverandering en de energietransitie vraagt van alle betrokkenen een constructieve houding, afstemming en samenwerking. Ten slotte zijn we samen slimmer.”

Deel dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *