Verdringingsreeks: de waterverdeling bij watertekort

De verdringingsreeks geeft ten tijde van ernstige watertekorten aan hoe waterbeheerders het zoet water in Nederland moeten verdelen. Drinkwater staat hoog in de rangorde, maar niet bovenaan.

Verdringingsreeks

Wat is de verdringingsreeks?

De verdringingsreeks laat zien hoe het zoet water in Nederland bij watertekort verdeeld moet worden. Zoet water gaat bijvoorbeeld om rivieren en het IJsselmeer. Dit water gebruiken drinkwaterbedrijven weer om drinkwater van te maken. De verdringingsreeks is een schema dat bestaat uit vier categorieën. In deze categorieën zijn thema’s en sectoren gerangschikt, waar we zoet water voor gebruiken. Denk aan: de natuur, drinkwater en water dat we gebruiken voor de scheepvaart en landbouw. Bij een tekort krijgt de eerste categorie voorrang, daarna 2, enzovoort. De verdringingsreeks gaat niet over grondwater. Sinds de inwerkingtreding van de Waterwet is de verdringingsreeks in 2009 ook wettelijk vastgelegd.

Wat is het doel van de verdringingsreeks?

Door duidelijke wetgeving op te stellen kunnen waterbeheerders bij nood direct handelen. Zo ontstaat er minder onrust en is het meteen duidelijk welke zaken voorrang krijgen. Sinds 2000 is de verdringingsreeks al meerdere keren toegepast op landelijk niveau. Op regionaal niveau wordt de verdringingsreeks bijna elk jaar wel toegepast, zoals in de regio van de Maas. De verdringingsreeks richt zich op oppervlaktewater. Voor grondwater is vooral strategisch grondwaterbeheer op langere termijn van belang.

Hoe ontstaat een watertekort?

Nederland heeft steeds vaker te maken met lage grondwaterstanden en uitputting van de zoet watervoorraden. Ook industrieën en de landbouw gebruiken zoet water. Naast aanvoer uit rivieren vult regen, ook zoet, het water aan. Maar als het voor een lange periode droog blijft, daalt onze zoetwatervoorraad en mogelijk ook de waterkwaliteit. Het water verdampt en het waterverbruik gaat door. Via de Rijn en de IJssel kunnen we nog water krijgen vanuit andere Europese landen. Deze rivieren lopen door verschillende landen. Maar als ook in andere landen geen regen valt, moeten we het restant zoet water in ons land verdelen.

Hoe ziet de verdringingsreeks eruit?

Verdringingsreeks

Categorie 1 en 2 gaan om maatschappelijke belangen. De volgorde van de sectoren en thema’s in deze twee categorieën staan vast. Dit is op landelijk niveau vastgesteld. Het behoud van de dijken in categorie 1 staat dus altijd bovenaan, en altijd boven de natuur als er onomkeerbare schade kan optreden en het voorkomen van klink en zetting. Dat laatste betekent dat door droogte de grond krimpt en hierna niet meer bruikbaar is voor bijvoorbeeld de landbouwteelt.

In categorie 2 staan drinkwater en energievoorziening. Vanwege de volksgezondheid kennen we in de verdringingsreeks aan drinkwater een hogere prioriteit toe dan aan elektriciteit. Bij beide gaat het om het waarborging van de leveringszekerheid van de drinkwater- en energievoorziening. Dus dat we altijd beschikken over voldoende drinkwater en elektriciteit. Komt de leveringszekerheid niet in het geding dan behoren ze beide in categorie 4.

Voor categorie 3 en 4 is de rangorde niet vastgesteld. Provincies kunnen zelf bepalen hoe ze het water binnen deze categorie willen verdelen en welke sector of groep bij nood geen zoet water meer mag gebruiken. In categorie 3 zitten sectoren waarbij met een klein beetje water veel schade voorkomen kan worden. In deze categorie zit bijvoorbeeld ‘industrieel proceswater’. Dit is water dat gebruikt wordt bij ‘iedere vorm van fabrieksproces en in direct contact komt met grondstoffen, hulpstoffen, halffabricaten en eindproducten.’

Datacenters en de verdringingsreeks

Het gebruik van zoet water voor de koeling van datacenters valt niet onder categorie 3, omdat er meestal geen contact is tussen bovenstaande stoffen. Daarom vallen datacenters in categorie 4. Het is dus niet mogelijk dat we geen drinkwater meer uit de kraan krijgen, omdat industrieën het zoet water ‘afpakken’. Want drinkwater staat boven de industrie.

Verder induiken? Lees de Handleiding verdringingsreeks van de Stuurgroep management watercrisis en overstromingen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Stel, er is te weinig zoet water: hoe gaat dat in de praktijk?

Waterbeheerders, zoals Rijkswaterstaat en waterschappen, proberen eerst een goede analyse te maken van het risico dat een sector oploopt bij een (dreigend) watertekort. Dit kan per regio verschillen. Waterbeheerders informeren watergebruikers tijdig, zodat zij al zelf eerder maatregelen kunnen treffen. Zo komen bijvoorbeeld ondernemers in de landbouw en industrie niet voor onnodige verrassingen te staan.

Is daadwerkelijk een zoetwaterkort vastgesteld, dan treedt de verdringingsreeks meteen in werking. Daar is geen besluitvorming meer voor nodig. De waterbeheerder is verplicht de verdringingssreeks toe te passen. Bij de keuzes adviseert de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling.

De waterbeheerder kijkt eerst naar de sectoren in categorie 4. Dit kan per gebied verschillen. Zo kunnen boeren van specifieke landbouwgewassen in de landbouw een verbod krijgen om te beregenen. In principe kunnen alle sectoren in categorie 4 een waterverbod krijgen. Mocht er dan nog steeds te weinig zoet water zijn dan is de beurt aan categorie 3, daarna 2 en daarna 1. In theorie kan het gebeuren dat drinkwaterbedrijven geen oppervlaktewater meer mogen innemen. Hiermee kan dus de levering van het drinkwater in de problemen komen. Maar in de praktijk lijkt dit risico nihil, gezien de hoge positie in de verdringingsreeks.

Waarom staat drinkwater niet bovenaan?

Naar aanleiding van een langdurige droge zomer in 1976 ontwikkelde Nederland beleid om het water bij schaarste beter te verdelen. Die verdringingsreeks zag er toen nog iets anders uit dan nu, want het drinkwater stond toen nog in categorie 1. Dit betekende dat de drinkwaterlevering het hoogste belang was bij een (dreigend) watertekort. Deze eerste versie werd opgenomen in de Tweede Nota Waterhuishouding van 1968.

Maar deze nummer 1 positie was na 2003 verleden tijd. De zomer van dit jaar was erg droog. Hierdoor braken in Nederland enkele dijken door. Dit ging om de veenkades in Wilnis en in Terbregge. Door droogte kunnen scheuren ontstaan in de dijk. Ook ontlenen dijken hun massa voor een groot deel uit water. Als de dijk opdroogt, is deze dus lichter en kan deze verschuiven of instabiel worden.

De overheid besloot na de doorbraken de dijken en het voorkomen van onherstelbare schade aan de natuur boven de drinkwaterlevering te stellen. Dat gaat in tegen de visie van de Europese commissie om drinkwater bovenaan te zetten. Maar in Nederland zijn we, in tegenstelling tot veel andere Europese landen, afhankelijk van een goede werking van dijken. Als de dijken doorbreken kan dat desastreuze gevolgen hebben, zoals bleek bij de Watersnoodramp in 1953. Dat wil de overheid te allen tijde voorkomen.

Deel dit bericht

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *